
Goed genoeg ouderschap, door de ogen van het kind
Ouders met een licht verstandelijke beperking ondersteunen vraagt meer dan hulp aan de ouder
In de vijftiende aflevering van de NVO Storytellers Podcast spreekt Gerhard van Cappellen met orthopedagoog Marieke Jellesma en ervaringsdeskundige Frieda van den Hoeven over ouderschap bij een licht verstandelijke beperking. Marieke werkt bij Doenersdreef, een kleine organisatie binnen de gehandicaptenzorg waar ouders met een licht verstandelijke beperking samen met hun kinderen worden begeleid. Frieda groeide zelf op als dochter van ouders met een verstandelijke beperking en is zus van een broer met een verstandelijke beperking.
Samen leggen zij een belangrijke vraag op tafel: hoe ondersteun je ouders met een licht verstandelijke beperking, zonder het kind uit het oog te verliezen?
Frieda zegt het aan het begin van het gesprek zo: bij kwetsbaar ouderschap gaat het om de vraag hoe goed genoeg ouderschap eruitziet “door de ogen van het kind”
Een moeder die hulp accepteert
Marieke vertelt over een jonge moeder van 23 jaar. Zij woont met haar tweejarige kind binnen de 24-uurszorg. Ze heeft een licht verstandelijke beperking en PTSS. Ook zijn er schulden, een klein sociaal netwerk en een voorgeschiedenis van huiselijk geweld. Een ouder kind woont niet meer bij haar, maar in een netwerkpleeggezin.
Toch woont haar jongste kind wel bij haar. Dat heeft volgens Marieke te maken met het feit dat er nu sprake is van een stabiele woonomgeving, dat moeder openstaat voor hulp en dat er een professioneel netwerk betrokken is.
Marieke benadrukt dat deze moeder veel liefde heeft voor haar kind. Tegelijkertijd zijn er periodes waarin haar hoofd zo vol zit dat zij niet goed kan reageren op wat haar kind nodig heeft. Hulpverleners komen dan binnen in een huis waar de gordijnen dicht zijn, de afwas is opgestapeld en het kind nog in een rompertje met een volle luier op de grond speelt. Moeder ligt op de bank en weet niet waar ze moet beginnen.
Dan grijpen begeleiders in. Ze ondersteunen haar, kijken wat er nodig is en proberen haar weer te verstevigen in het ouderschap. Soms heel praktisch: samen de gordijnen opendoen, naast moeder gaan zitten, samen spelen en laten zien wat het kind op dat moment nodig heeft.
Niet alleen de beperking
Een licht verstandelijke beperking alleen is volgens Frieda geen reden om te zeggen dat opvoeden niet zou lukken. Maar in de casus van Marieke hoort zij meer dan alleen een beperking. Ze hoort trauma, overbelasting, weinig steun en een moeder die misschien niet altijd emotioneel beschikbaar kan zijn.
Dat herkent Frieda uit haar eigen jeugd. De verstandelijke beperking van haar ouders werd pas vastgesteld toen zij 23 was. Tot die tijd wist zij wel dat er iets aan de hand was, maar niemand legde haar uit wat dat was.
“Ik voelde me als kind zo alleen,” zegt zij. “Er was niemand die mij kon uitleggen wat er nou aan de hand was.”
Wat haar ouders zelf niet hadden kunnen oplossen, kregen Frieda, haar zusje en haar broertje te dragen. Daarbij ging het niet alleen om praktische problemen, zoals geld, hygiëne en veiligheid. Minstens zo belangrijk was het gemis aan emotionele beschikbaarheid: een ouder die ziet wat een kind voelt, uitlegt wat er gebeurt en veiligheid biedt als de wereld ingewikkeld wordt.
“Het kan niet niet gezien zijn,” zegt Frieda over haar jeugd. “Maar ik heb nooit ervaren dat het wel gezien is.”
Kinderen die zorgen
Frieda beschrijft hoe zij als kind veel verantwoordelijkheid op zich nam. Ze kleedde haar moeder aan voor tienminutengesprekken op school, omdat ze wilde dat haar moeder er zo normaal mogelijk uitzag. Ze keek of er brood was. En bij de kassa hielp ze mee met betalen. Ze leerde: “Ik doe het zelf. Ik doe het altijd zelf, want dan weet ik in ieder geval dat het goed gaat.”
Dat zorgen kun je volgens Frieda niet zomaar van een kind afpakken. Voor haar was het een manier om te overleven. Wat volgens haar wél had geholpen, was erkenning. Iemand die had gezegd: andere kinderen zijn nu aan het buitenspelen, en jij helpt je moeder bij dingen die eigenlijk niet jouw taak zijn. Dat klopt niet. Dat is niet jouw taak.
Niet om haar ouders te veroordelen. En ook niet om haar als kind weg te zetten. Maar om haar te laten voelen: dit ligt niet aan jou.
De ouder steunen én het kind zien
Voor Marieke raakt dit aan de spanning in haar werk. Hulpverleners willen ouders versterken. Ze willen naast ouders staan, vaardigheden aanleren, voordoen en ondersteunen. Maar het kind mag daarin niet verdwijnen.
In de praktijk is de hulp vaak georganiseerd rond de ouder. De ouder heeft de indicatie, de ouder krijgt begeleiding, de ouder moet sterker worden. Toch is het kind evenzeer onderdeel van de situatie. Juist het kind is afhankelijk van wat volwassenen om hem heen zien en doen.
Marieke zegt dat mensen met een licht verstandelijke beperking goede ouders kunnen zijn, zolang er voldoende steun en netwerk omheen staat. Tegelijkertijd vraagt goed genoeg ouderschap steeds opnieuw om een afweging: wat betekent deze situatie voor het kind? Is er veiligheid? Is er ruimte om te spelen? Is er iemand die uitlegt wat er gebeurt? Is er een plek waar het kind even niet hoeft te zorgen?
Waar kun je op letten?
Frieda’s oproep is niet alleen gericht aan gespecialiseerde hulpverleners. Ook leerkrachten, medewerkers in de buitenschoolse opvang, sportcoaches en andere volwassenen kunnen verschil maken. Sommige kinderen vallen op doordat ze snel boos zijn of een lage frustratietolerantie hebben. Andere kinderen vallen juist niet op, omdat ze extreem aangepast zijn. Ze willen altijd helpen, gedragen zich veel te volwassen voor hun leeftijd, durven hun stem niet goed te gebruiken of vinden oogcontact moeilijk.
Frieda was zelf zo’n kind waarvan mensen zeiden: daar kun je er wel twintig van in de klas hebben. Maar wie beter had gekeken, had gezien hoe gespannen zij was.
Haar advies: volg je onderbuikgevoel. Als iets niet klopt, kijk beter. Vraag niet alleen: wat is er met dit kind aan de hand? Vraag ook: wat heeft dit kind meegemaakt?
Aan het eind van de podcast benadrukt Marieke dat organisaties moeten samenwerken en ontschotten in het belang van het kind. Frieda vat het misschien nog eenvoudiger samen: “We mogen die kinderen gewoon niet vergeten.”
*Frieda van den Hoeven zet zich in voor kinderen die opgroeien in kwetsbaar ouderschap. Zij geeft gastlessen en helpt professionals om gedrag van kinderen beter te duiden en hun handelen daarop af te stemmen.
Tekst: Matthijs Heijstek
Luister de podcast.