
Inhoudelijk deskundigen horen mee te beslissen
Stel je nou eens een organisatie in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking voor, waar het bestuur voornamelijk bestaat uit mensen die inhoudelijk geschoold zijn; orthopedagogen of andere inhoudsdeskundigen samen met ervaringsdeskundige ouders of cliënten. Zou dat kunnen?
Onlangs luisterden wij naar een podcast waarin een portret van een zorgorganisatie werd geschetst waar dat het geval was. Wat ons trof was hoe vanzelfsprekend dat daar klinkt: de inhoud is leidend en het bestuur is stevig geworteld in de praktijk. Dat zette ons aan het denken.
In de meeste managementteams of raden van bestuur van zorgorganisaties die wij kennen, zitten voornamelijk mensen die verstand hebben van financiën, strategie en organisatiekunde. Zij zijn opgeleid als beleidsmaker of uitvoerder, maar hebben vaak minder kennis van de inhoudelijke praktijk.
Zorg is geen ‘gewoon’ bedrijf
Door schaalvergroting en marktwerking is het leiden van een zorgorganisatie steeds meer gaan lijken op het leiden van een bedrijf. Er zijn zorgorganisaties met een jaaromzet van meer dan een miljard euro. Maar ook een middelgrote organisatie heeft al snel een omzet van honderd miljoen of meer. Het is logisch dat er dan mensen nodig zijn met expertise op het gebied van financiën en bedrijfskunde. Maar zorg is geen ‘gewoon’ bedrijf. Besluiten en beleid raken direct het leven van kwetsbare mensen en hebben concrete gevolgen voor cliënten, hun naasten en de professionals die hen dagelijks ondersteunen.
Wij merken in ons werk als orthopedagoog en manager soms dat beleidsplannen niet altijd aansluiten op de dagelijkse realiteit van cliënten, familieleden en begeleiders. Professionals voelen zich niet altijd gehoord en hun ideeën verdwijnen in de lange route naar beleidsbepalers.
Meebeslissen aan de bestuurstafel
Het vraagstuk dat we daarom willen voorleggen is dan ook: moeten inhoudsdeskundigen niet structureel meebeslissen aan de bestuurstafel van gehandicaptenzorgorganisaties? Wij denken dat het goed zou zijn dat de inhoud voldoende vertegenwoordigd is in het bestuur. Anders bestaat het gevaar dat beleid losraakt van de begeleiders en van de cliënten om wie het gaat.
Een concreet voorbeeld van een besluit aan de bestuurstafel in de gehandicaptenzorg is het beleid rond taxivervoer en kilometergrenzen tussen wonen en dagbesteding. Deze grenzen zijn vaak strikt om vervoerskosten beheersbaar te houden. Dat is financieel begrijpelijk, maar in de praktijk zien we dat cliënten geen passende dagbesteding kunnen starten omdat die net buiten de grens ligt, of langer blijven wonen op een plek die niet (meer) bij hen past. Het gevolg: stagnerende doorstroom, leegstand en extra inzet van begeleiding. Met een inhoudsdeskundige aan de bestuurstafel verschuift het gesprek van ‘wat kost vervoer?’ naar ‘wat kost het als mensen niet passend wonen of werken?’
Kloof tussen bestuur en werkvloer
In veel zorgorganisaties worden inhoudsdeskundigen en ervaringsdeskundigen wel betrokken in het proces. Wilma van der Scheer, bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit noemt dit “verplichte inspraak” en “vrijblijvend advies”. De inhoudsdeskundigen schuiven dan eigenlijk pas aan als het beleid al grotendeels is vastgesteld. Uit haar onderzoek blijkt dat er juist in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking een kloof tussen bestuur en de werkvloer is ontstaan.
Bedrijfskundige expertise is belangrijk bij het besturen van een zorgorganisatie in deze tijd. Wij pleiten daarom voor het combineren van financiële, organisatorische én inhoudelijke perspectieven aan de bestuurstafel. Dit vergroot de kwaliteit van keuzes en versterkt de samenwerking binnen organisaties.
Orthopedagogen zijn getraind in meerzijdige partijdigheid
Voormalig bestuurslid van de NVO: Paul Willems, orthopedagoog die bestuurder in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking werd, zei in zijn afscheidsinterview op Ikkanhet.nl: “Het is belangrijk dat orthopedagogen meedenken bij de beleidsontwikkeling en strategische keuzes van de organisatie, dat er niet alleen vanuit een bedrijfsmatige bril naar gekeken wordt, maar juist ook vanuit de inhoud.” Orthopedagogen (en psychologen) hebben inderdaad een korte lijn met cliënten, begeleiders en het systeem van de cliënt. Ze kunnen verschillende perspectieven meenemen en zijn getraind in meerzijdige partijdigheid: het vermogen om tegelijk de stem van de cliënt, de familie, de professional én de maatschappij te horen en te wegen. Ervaringsdeskundigheid van ouders en cliënten zelf bevat weer kennis van binnenuit. Op plekken, zoals onderzoek en onderwijs, bewijzen deze hun meerwaarde. Alleen nog niet in het bestuur.
Inhoud en financiën, samen aan het roer
Inhoud en financiën worden vaak tegenover elkaar geplaatst. Alsof het één ten koste moet gaan van het ander. Wij denken dat inhoud en financiën naast elkaar kunnen bestaan en elkaar juist versterken, wanneer ze samen aan het roer staan.
Onze overtuiging is dat de zorg aan mensen met een beperking sterker wordt als bestuur en inhoud meer hand in hand gaan. Niet incidenteel, maar met inhoudsdeskundigen en ervaringsdeskundigen als vast onderdeel van de bestuurlijke inrichting.
Tekst: Lieke van Velzen (in opleiding tot orthopedagoog-generalist) en Ania van den Hoeven (manager) zijn beiden werkzaam in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.