Minister Fleur Agema wacht een zware klus in de gehandicaptenzorg

Dick Schoof wordt de nieuwe minister-president van Nederland. De komende weken zal duidelijk worden welke ministers er nog meer in dit extra parlementaire zakenkabinet zitting zullen nemen. Het zullen in ieder geval ministers zijn met verstand van zaken, wordt er gezegd.
Als minister voor Langdurige zorg wordt Fleur Agema van de PVV genoemd. De PVV staat ver van mijn eigen politieke voorkeur af, maar net als andere mensen die weleens een Commissievergadering van de Tweede Kamer over de gehandicaptenzorg hebben gevolgd, weet ik ook dat Agema zich al jaren een betrokken en geïnformeerd pleitbezorger toont voor de zorg voor mensen met een beperking. Als minister komt ze echter wel voor een zware klus te staan.

 

Op uitnodiging van de NVO was ik in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen aanwezig bij Het Grote Zorgdebat in het Beatrixtheater in Utrecht. Negen beoogde woordvoerders zorg van verschillende partijen debatteerden onder leiding van Suse van Kleef en Donatello Piras over verschillende onderwerpen in de zorg. In de zaal zaten 1500 zorgmedewerkers en familieleden. Nog eens duizenden anderen volgden het debat via een livestream en mochten digitaal onderwerpen aandragen. Al snel klonk er een duidelijke oproep: zouden de kandidaat-Kamerleden ook aandacht willen besteden aan de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking? Aan de lange wachtlijsten waarmee ouders van kinderen met een verstandelijke beperking te maken krijgen, de toename van complexe casuïstiek en crisiszorg, en natuurlijk de problemen met de arbeidsmarkt.

 

De problemen in de zorg aan mensen met een beperking zijn urgent en complex. Er is dus inderdaad behoefte aan een minister met verstand van zaken. Het Grote Zorgdebat was wat dat betreft een slecht sollicitatiegesprek. In het debat bleek dat geen van de aankomende Kamerleden echt een beeld had bij deze problemen, behalve dan toch Fleur Agema. “Jammer dat ze van de verkeerde partij is”, was de teneur op social media, “die komt toch nooit in de regering”. Maar dat was nog voor de verkiezingen van 22 november.

 

Niet zo heel lang geleden belde een moeder van een volwassen kind met een complexe beperking en gedragsproblemen. Haar dochter kon nergens terecht. De situatie was thuis niet lang meer vol te houden. Ze had alle zorgorganisaties gebeld van Friesland tot Limburg. Overal waren wachtlijsten van vijf tot acht jaar. Ruim 32 procent van de zorgorganisaties voor mensen met een verstandelijke beperking heeft financiële problemen bleek uit de cijfers over 2023. Dit zorgt ervoor dat zorgorganisaties terughoudend zijn om juist kinderen zoals die van de moeder die belde op te nemen. De tarieven voor complexe zorg zijn laag en de personeelstekorten zijn daar het grootst. Zorgorganisaties zien daarom niet altijd meer mogelijkheden om plekken te creëren met de wachtlijsten en schrijnende situaties bij gezinnen als gevolg.

 

De doelgroep wordt steeds complexer, wordt vaak gehoord. Er komen steeds meer mensen met een verstandelijke beperking met complexe problemen bij. Onderzoekers van KPMG concludeerden in een rapport aan de minister echter dat de doelgroep niet per se complexer wordt, maar dat het vooral niet goed lukt om de juiste expertise op de juiste plek te krijgen. Expertise bereikt amper de plekken waar ze het meest nodig is, zoals bijvoorbeeld opleidingen voor zorgmedewerkers. Deze zijn te generalistisch geworden. Toen ik onlangs college gaf over mensen met een verstandelijke beperking, kwam er na afloop een student naar me toe die vertelde dat dit het enige college was dat ze hierover in de hele opleiding had gehad.

 

Als laatste zijn er natuurlijk de problemen op arbeidsmarkt. Vacatures blijven lang openstaan, ziekteverzuim neemt toe en er worden meer en meer zzp’ers ingehuurd. Zorgorganisaties en de branchevereniging roepen de overheid vooral op om van de zzp’ers af te komen. Misschien moet de nieuwe minister anders naar dit punt gaan kijken. Er zijn blijkbaar wel mensen die in de zorg willen werken, maar liever niet in loondienst. Het is wellicht beter om te accepteren -en beter te reguleren- dat we naar een toekomst gaan waarin medewerkers in loondienst en zzp’ers op gelijke wijze en onder dezelfde voorwaarden samen de toekomst van de zorg voor mensen met een beperking vormgeven.

 

Fleur Agema kent deze problemen. Als minister kan ze er daadwerkelijk mee aan de slag. De problemen in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking verdragen geen uitstel. We nodigen de minister daarom uit om samen met ons en andere betrokkenen de toekomst van de zorg aan mensen met een beperking vorm te gaan geven.

 

Matthijs Heijstek is orthopedagoog-generalist in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en docent en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht.

About the Author /

m.buisman@nvo.nl

Alle artikelen