
Werken met beeld moet een vast onderdeel worden van de opleiding tot orthopedagoog
De laatste jaren horen we steeds vaker dat hulp en zorg beter moeten aansluiten bij mensen zelf. Dat klinkt logisch: kijk naar wie iemand is, wat hij nodig heeft en wat voor hem werkt. Toch gebeurt er iets opvallends. De manier waarop hulpverleners, zoals orthopedagogen en begeleiders, worden opgeleid, sluit daar niet altijd goed op aan.
In de praktijk draait nog veel om taal. Gesprekken, overleggen en verslagen: veel hulpverlening is georganiseerd rond woorden. Maar niet iedereen kan zich goed uitdrukken in taal. Denk aan mensen met een verstandelijke beperking. Voor hen is praten vaak niet de makkelijkste manier om te laten zien wat er speelt.
Werken met beeld krijgt te weinig aandacht
En juist daar gaat het mis. Werken met beeld, zoals tekenen, spelen of iets visueel maken, krijgt in opleidingen en in het dagelijks werk nog weinig aandacht. Terwijl het een eenvoudige en logische manier kan zijn om iemand beter te begrijpen.
Waarom dat zo is? Waarschijnlijk omdat we blijven doen wat we gewend zijn. Wat je niet leert tijdens je opleiding, ga je later in je werk ook minder snel gebruiken.
Het gevolg is dat we soms niet goed zien wat iemand nodig heeft. Gevoelens, spanningen en terugkerende patronen blijven makkelijker verborgen als iemand ze niet onder woorden kan brengen. Daardoor missen we kansen om echt goed aan te sluiten en iemand beter te leren kennen.
Dat kan ook anders
Ik hoorde eens een collega vertellen over een jongen van tien die bijna niet sprak. Gesprekken leverden weinig op. Totdat ze samen gingen tekenen. Ineens werd duidelijk wie belangrijk voor hem was, waar hij spanning voelde en wat hij moeilijk vond om te zeggen. Zijn ouders en begeleiders herkenden dingen die ze eerder niet zagen. Door het tekenen werd zichtbaar wat woorden niet lieten zien.
Toch zeggen mensen vaak: “Daar hebben we geen tijd voor.” Maar vaak blijkt juist het omgekeerde. Als je sneller ziet wat er speelt, ben je uiteindelijk minder tijd kwijt. Wat anders meerdere gesprekken kost, kan soms in één keer duidelijk worden.
Een ander punt dat je vaak hoort, is: “Niet iedereen wil tekenen of spelen.” Dat klopt. Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat erom dat je als professional verschillende manieren gebruikt om iemand te begrijpen. Soms is dat praten, soms iets laten zien, soms samen iets maken.
Ook onderzoek laat zien dat mensen informatie beter begrijpen en onthouden als ze die niet alleen horen, maar ook zien. En eigenlijk is dat heel logisch. Een tekening, een schema of een spel maakt dingen vaak meteen duidelijker.
Bovendien helpt het om sneller zicht te krijgen op wat er speelt. Daardoor kun je gerichter helpen. Dat voorkomt dat hulp onnodig lang doorgaat of niet goed past. In een tijd waarin de zorg onder druk staat, is dat geen overbodige luxe.
Het is daarom eigenlijk heel simpel. Als we willen dat hulp beter aansluit bij mensen, moeten we ook anders opleiden. Werken met beeld en spel hoort daar gewoon bij.
Monica Boer, orthopedagoog-generalist (i.o.) en werkzaam in de Gehandicaptenzorg