
Eén gezin, één plan, één regisseur, maar nu écht
“De DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) heeft de samenleving geleerd om bij psychische problemen enkel te kijken naar het getroebleerde individu, en de aandacht afgeleid van de sociale context waarin dat lijden plaatsvindt,” schrijven de Nederlandse hoogleraar Laura Batstra uit Groningen en haar Amerikaanse collega Allen Frances uit North Carolina in de nieuwste editie van het toonaangevende internationale tijdschrift Frontiers in Psychiatry. Ondanks dat dit denken langzaam aan het veranderen is in Nederland – systeemtherapie wordt bijvoorbeeld vanaf 2026 vergoed binnen het Zorgprestatiemodel (ZPM) – moet dit contextdenken nog verder worden versterkt. Aanmelders en verwijzers zijn nog steeds geneigd om bij een aanmelding vooral individuele problemen te beschrijven en om een individuele oplossing te vragen.
Dat heeft niet alleen te maken met dominante denkpatronen in de samenleving, maar ook met de manier waarop we de zorg in Nederland hebben georganiseerd: de schotten tussen jeugd- en volwassenenzorg bijvoorbeeld of de privacyregels die het bemoeilijken om het hele systeem te betrekken bij diagnostiek en behandeling. Het gevolg is, zo merk ik als orthopedagoog in de praktijk, dat er nog te weinig wordt gekeken naar het gezin als geheel. Terwijl er inmiddels genoeg voorbeelden zijn van hoe het ook anders kan.
Samenlevingspedagogiek
It takes a village to raise a child, luidt een bekend gezegde. Emeritus hoogleraar maatschappelijke opvoedvraagstukken Micha de Winter zet dit om in de “samenlevingspedagogiek”. Die oproep wil ik graag onderstrepen: laten we in de hulpverlening – in zowel jeugd- als volwassenzorg – niet het individu, maar het hele gezin als cliënt zien en daar als samenleving in ondersteunen.
Neem bijvoorbeeld een situatie zoals die zich voor kan doen in de praktijk: Ouders melden hun kind aan, omdat zij vermoeden dat hun kind ADHD heeft. Zij willen graag dat hun kind leert omgaan met de negatieve emoties. Nadat de hulpverlener het gezin beter heeft leren kennen, komt deze erachter dat één van beide ouders zelf veel ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Daar krijgt deze ouder al jaren (trauma)therapie voor, maar heeft nog steeds een kort lontje. Het blijkt dat het aangemelde kind zichzelf de schuld geeft dat de ouder snel boos wordt en daarom ook eerder dan gemiddeld boos wordt.
Als de hulpverlening bij dit soort aanmeldingen geen aandacht heeft voor de andere gezinsleden, komt de hulp niet samen op gang en kan het systeem zelfs tegenwerken. Wanneer de hulpverlener van de ouder eerder aan de kinderen uitleg had gegeven over wat het inhoudt om traumatische gebeurtenissen te hebben meegemaakt. En ook had uitgelegd dat dat de reden is dat de ouder op deze manier reageert; dan ontschuldig je het kind. Het kind voelt zich niet meer schuldig en verantwoordelijk en daarmee haal je een groot deel van de spanning binnen het gezin weg.
Wanneer in diagnostisch onderzoek enkel wordt gekeken naar kindkenmerken en er enkel individuele handvatten voor gedrag worden gegeven, wordt de kern van de problematiek niet geraakt. Negatief gedrag van kinderen komt tot uiting, mede door hoe de context en het systeem op een kind reageert.
Begin aan de basis
Een contextgerichte benadering kost tijd. Daarom is het misschien begrijpelijk dat hulpverleners kiezen voor een benadering die zich enkel op het kind of ouder richt. Je kan snel handvatten geven voor het tegengaan van bepaald gedrag. Toch werkt het in de praktijk langzamer, omdat niet de kern, maar het symptoom wordt aanpakt en het kind een later moment andere problemen zal gaan laten zien. Daarbij zie je vaak dat broertjes en zusjes later ook de hulpverlening inkomen, in plaats van dat je aan de basis van de ouders begint.
Zilah Holtkamp, oprichter van IMH Nederland ontwikkelde het Huismodel als alternatief. Het huismodel laat zien dat het kind, als punt in de nok, stevig staat als dak, leunend op de ouders. Hoe zij als ouders samenwerken, geeft de basis voor opvoederschap. Hoe een ouder zelf fungeert, heeft te maken met hoe hij/zij als mens is en welke fundering de ouder met de andere ouder heeft als partners. Hoe stevig de ouder daar staat, wordt beïnvloed door de rugzak aan alle ervaringen die de ouder heeft opgedaan. Door dan met ouders als ouders, maar ook als eigen persoon aan de slag te gaan, bouw je de fundering om jouw kind sterker te maken in het leven.
Stop met het individu als cliënt te zien
Ondanks dat deze vorm van behandeling (organisatorisch) langer lijkt te duren, is het een investering in de toekomst. Hoe eerder de hulpverlening samenwerkt én met het gezin, hoe minder zwaar de problematiek zal oplopen en hoe minder zware, meer goedkope, behandeling ingezet hoeft te worden. Het feit dat systeemtherapie vanaf volgend jaar wordt vergoed in de ZPM, is een hoopvol teken dat dat zorgverzekeraars steeds meer laat inzien dat hulpverlening niet alleen een individuele, maar ook een relationele en contextuele dimensie heeft. Nu is het moment om dit door te zetten.
Stop met het individu als cliënt te zien. Zowel in de jeugd- als in de volwassenzorg moet het gezin het uitgangspunt zijn. Een systemische benadering maakt zorg effectiever en menselijker. Als een volwassene of een kind in zorg komt, hoort het gezin vanzelfsprekend deel te zijn van de behandeling. Gezinszorg als basis, niet als uitzondering.
Tekst: Véronique Wils, orthopedagoog-generalist in opleiding en werkzaam bij FamilySupporters.