
Hij wilde gewoon solliciteren – toen begon de digitale nachtmerrie
De digitalisering in Nederland ontwikkelt zich razendsnel. De overheid beschouwt technologie als de oplossing voor uitdagingen als personeelstekorten in de zorg, administratieve druk en bereikbaarheid. Steeds meer processen worden geautomatiseerd, apps vervangen de mevrouw achter de balie en solliciteren kan vaak alleen nog via een online platform. Er wordt zelfs gesproken van ‘de tweede digitale revolutie’ die gaande is. Wat vaak ontbreekt in dit toekomstdenken, is aandacht voor wie daar niet vanzelfsprekend in mee kunnen komen.
Mensen met een verstandelijke beperking ondervinden in toenemende mate belemmeringen door deze digitale verschuiving. Terwijl de samenleving inzet op participatie en gelijkwaardigheid van alle burgers, groeit een digitale kloof die mensen met een verstandelijke beperking buitensluit.
De vraag rijst hoe inclusief deze digitale ontwikkeling is. Veel mensen met een verstandelijke beperking hebben namelijk moeite met abstract denken en prikkelverwerking. Websites en apps zijn vaak ingewikkeld, rommelig en gebruiken taal die ze niet begrijpen. Zelfstandig navigeren door digitale systemen is daardoor vaak niet haalbaar. Daarbij ontbreekt het regelmatig aan toegang tot digitale middelen. Waar anderen gemak ervaren, stuiten zij op muren.
Dit kan grote gevolgen hebben. Mensen met een verstandelijke beperking krijgen minder toegang tot zorg, informatie of werk. Ze raken afhankelijker van anderen, verliezen regie over hun leven en ervaren gevoelens van schaamte en uitsluiting. Dit staat haaks op de maatschappelijke wens naar inclusie, waarvoor de afgelopen jaren juist belangrijke stappen zijn gezet.
Om dit te keren, is samenwerking nodig. De overheid zou actiever op zoek moeten gaan naar verbinding met zorgorganisaties. Alleen door met ervaringsdeskundigen en begeleiders samen te werken, kunnen we systemen ontwerpen die wél toegankelijk zijn.
Neem Kevin, een jongen van 19 jaar met een verstandelijke beperking. Hij wilde dolgraag werken, maar liep vast toen hij online moest solliciteren. Geen cv, geen e-mailadres, geen idee waar te beginnen. Dankzij de hulp van een digicoach lukte het toch. Nu werkt hij drie dagen per week bij een tuincentrum en straalt als hij thuiskomt. Zijn verhaal laat zien: het kan wél, als we mensen niet alleen laten in het digitale doolhof.
Technologie biedt juist ook kansen om de zelfstandigheid van mensen met een verstandelijke beperking te vergroten. Met apps voor afspraken, medicatieherinneringen of beeldbellen kan dat. Maar alleen als die middelen begrijpelijk, toegankelijk en getest zijn met deze doelgroep. Dat is nu vaak niet het geval. Zonder begeleiding vergroot technologie eerder de afstand dan de autonomie.
Het Kenniscentrum LVB en het College voor de Rechten van de Mens wezen hier al eerder op. Digitale diensten zijn vaak ontoegankelijk voor mensen met een verstandelijke beperking, door ingewikkelde taal, onoverzichtelijke vormgeving en gebrek aan begeleiding. Slechts 6% van de overheidswebsites voldoet aan de toegankelijkheidseisen. De signalen zijn helder.
Als we niet ingrijpen, groeit de kloof. Waar we als samenleving hebben gestreefd naar meer gelijkwaardigheid, dreigt nu juist ongelijkheid.
We zijn niet tegen digitalisering. Maar als we deze ontwikkeling écht voor iedereen willen laten werken, dan moeten we mensen met een verstandelijke beperking daarin meenemen. Niet pas als het fout gaat, maar van het begin af aan. Tijd voor actie!
Imre Koole, orthopedagoog-generalist i.o.
Jeanine Klijn, orthopedagoog-generalist i.o.
Nine Ordelmans, orthopedagoog-generalist i.o.
Allemaal werkzaam in de gehandicaptenzorg