Orthopedagogen zijn essentieel voor de toekomst van ons zorgstelsel

De problemen in de gehandicaptenzorg zijn groot en de onvrede groeit. Wachtlijsten van vier tot acht jaar zijn inmiddels gebruikelijk, ouders klagen over een gebrek aan inspraak in de zorg voor hun kwetsbare kinderen en een recent onderzoeksrapport van KPMG toont aan dat de kwaliteit van zorg sterk varieert tussen verschillende zorgaanbieders.

 

Toegang tot zorg, inspraak van betrokkenen en gelijke kwaliteit van de zorg zouden de fundamenten moeten zijn van een goed functionerend zorgstelsel. De huidige problemen laten echter zien dat ons zorgstelsel niet meer voldoet. In een nieuw stelsel zouden onafhankelijke beroepsbeoefenaars zoals orthopedagogen een belangrijke rol kunnen spelen op het gebied van het bewaken van kwaliteit. Net zoals dat bijvoorbeeld in andere landen het geval is.

 

In de afgelopen 30 jaar is het zorglandschap van de Nederlandse gehandicaptenzorg drastisch veranderd. Fusies hebben geleid tot de opkomst van grote, bovenregionaal -en soms zelfs landelijk-opererende zorgorganisaties die worden geleid door beroepsbestuurders die verder van de ouders en de werkvloer af staan. Daarnaast zijn er zorgondernemers bijgekomen, zoals kleine zorgboerderijen, die zorg aanbieden met een winstoogmerk. Zowel grote zorgorganisaties als zorgondernemers passen niet in ons oorspronkelijke zorgstelsel.

 

Historisch gezien wordt de zorg in Nederland immers door de samenleving zelf georganiseerd via stichtingen met een duidelijke signatuur en regionale binding. Deze stichtingen worden gefinancierd door sociale premies die alle Nederlanders betalen. Zorgverzekeraars bewaken de toegang tot zorg en stellen eisen aan de kwaliteit. Door de binding met hun achterban en de kleine omvang van de stichtingen was inspraak oorspronkelijk vaak goed geregeld. De Deense socioloog Gøsta Esping-Andersen noemt dit een corporatistisch stelsel wat vooral in continentaal Europa gemeengoed is.

 

De realiteit is echter dat het zorglandschap van de gehandicaptenzorg in Nederland inmiddels sterker lijkt op dat van Groot-Brittannië. In Groot-Brittannië heb je staatszorg voor iedereen en particuliere zorg voor degenen die iets meer kunnen betalen. En als we eerlijk zijn, is dat precies waar we in Nederland naar onderweg zijn: landelijke aanbieders van gehandicaptenzorg en daarnaast particuliere zorgaanbieders die niet voor iedereen toegankelijk zijn.

 

Een interessant aspect van het Britse systeem is dat beroepsverenigingen van artsen, psychiaters en klinisch psychologen daar een belangrijke rol spelen in de kwaliteitsbewaking. Deze beroepsverenigingen zijn betrokken bij het opstellen van richtlijnen voor wat zij als goede zorg definiëren. Particuliere aanbieders moeten een vergunning verkrijgen om zorg te mogen aanbieden en moeten aantonen dat ze volgens deze richtlijnen werken.

 

In Nederland zouden we de kwaliteitsbewaking van de gehandicaptenzorg ook meer in handen moeten leggen van beroepsverenigingen zoals de NVO, het NIP en de NVAVG. Hiervoor is het wel nodig dat orthopedagogen zich onafhankelijker van hun werkgevers gaan opstellen en dat zorgorganisaties getoetst worden volgens onze richtlijnen.

 

Ik was ooit betrokken bij een locatie waar mensen met een verstandelijke beperking met complexe problematiek woonden. Op deze locatie werkten we met een specifieke methodiek. De zorgplannen werden volgens deze methodiek opgesteld en alle medewerkers werden hierin getraind. Toen er echter een nieuwe directeur kwam, stopte dit. Hij stond niet achter deze methodiek en wilde overstappen naar een methodiek die hij kende van zijn vorige werkplek. Ondanks dat we als orthopedagogen hier tegen protesteerden, zette hij dit door. Dit kwam niet ten goede aan de kwaliteit van de zorg aan de kwetsbare mensen die daar zorg ontvingen. In het Britse stelsel zou dit niet kunnen gebeuren, omdat daar de beroepsverenigingen bepalen welke methodieken worden gebruikt in de gehandicaptenzorg, waardoor managers daar geen invloed op hebben.

 

Orthopedagogen in de gehandicaptenzorg moeten wel onafhankelijk opereren om kwaliteitsbewaking te kunnen garanderen. Als docent bij de opleiding tot orthopedagoog-generalist kom ik veel orthopedagogen tegen die in de gehandicaptenzorg werken. Ze spreken nu nog vaak in de wij-vorm over hun werkgever, wat de vraag oproept of ze zich voldoende onafhankelijk opstellen. Dit is wel noodzakelijk om de rol te kunnen spelen van kwaliteitsbewaking in ons zorgstelsel.

 

Voordat het zover komt, is er nog wel wat nodig. In Groot-Brittannië heeft het National Institute for Care Excellence (NICE) bijvoorbeeld richtlijnen uitgebracht voor diagnostiek en behandeling bij mensen met een verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag. In 2020 autoriseerde de NVO een vergelijkbare richtlijn: de Multidisciplinaire richtlijn voor probleemgedrag bij volwassenen met een verstandelijke beperking. Wil deze richtlijn echter hier dezelfde waarde krijgen als de NICE-richtlijnen, dan moet deze om te beginnen worden opgenomen in de master- en postmasteropleidingen tot orthopedagoog. Daarnaast moeten zorgorganisaties getoetst worden door zorgkantoren op het werken volgens deze richtlijn. Op dit moment gebeurt dit beide niet. Opleidingen en zorgkantoren zijn in Nederland autonoom en willen zelf de baas blijven over hun curriculum of toetsingscriteria. Om dit beter voor elkaar te krijgen is er een sturende rol van de overheid nodig.

 

We hoeven trouwens niet te wachten op een stelselwijziging om kwaliteit te garanderen. Orthopedagogen, artsen VG en gz-psychologen moeten nu al hun stem laten horen en hun rol als onafhankelijke kwaliteitsbewakers vervullen. Zoals Paul Willems, oud-bestuurslid van de NVO, treffend zei (in een column die nog steeds op Ikkanhet.nl te vinden is): “Orthopedagogen, laat je horen!”

 

Orthopedagogen en de NVO kunnen in ons veranderende zorgstelsel een belangrijke rol vervullen in het waarborgen van kwaliteit. Ik zou zeggen: kabinet, maak gebruik van ons!

Matthijs Heijstek, orthopedagoog-generalist in de gehandicaptenzorg en docent en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht

About the Author /

m.buisman@nvo.nl

Alle artikelen