
Zolang we het gezin niet behandelen, blijft het kind terugkomen in de hulpverlening
De geestelijke gezondheidszorg richt zich te vaak op het individuele kind. Terwijl de echte oplossing vaak ligt in het hele gezin.
Met de verkiezingen van 29 oktober in zicht, is de druk op de geestelijke gezondheidszorg actueler dan ooit. Terwijl politieke kopstukken zich vooral uitspreken over het wel of niet afschaffen van de hypotheekrenteaftrek, hebben wij als orthopedagogen, werkzaam in de specialistische GGZ en jeugdhulp, ook een belangrijk agendapunt voor de politieke agenda. Steeds meer kinderen en jongeren melden zich met psychische klachten. In 2024 maakten maar liefst 472.685 kinderen gebruik van jeugdhulp. Hierbij gaat het vaak niet om een losstaand probleem, maar om spanningen die diep verweven zijn met de thuissituatie.
Toch blijft de zorg grotendeels individueel georiënteerd: het kind krijgt een diagnose, een behandeling, soms medicatie. Maar na elke afspraak keert datzelfde kind terug naar een gezin dat onder spanning staat. Zonder oog voor die context blijven problemen vaak bestaan.
Het medisch model schiet tekort
Als orthopedagogen zien wij dagelijks dat de gangbare aanpak vooral medisch is. Gedragsproblemen, angst of somberheid worden al snel gezien als individuele stoornissen of ontwikkelingsachterstanden. Dat is begrijpelijk, want zo is het zorgstelsel ingericht. Maar de praktijk leert dat dit niet genoeg is. Het kind leeft niet in een vacuüm. Patronen van stress, miscommunicatie of machteloosheid in een gezin spelen vaak een minstens zo grote rol.
Neem een gezin waarin een kind angstig en teruggetrokken is. De behandelaar richt zich vooral op het kind: therapie, leren omgaan met gevoelens, soms medicatie. Maar thuis heerst er daarnaast mogelijk spanning tussen ouders, zijn de regels onvoorspelbaar en is er weinig structuur. Soms zijn ouders overbeschermend en grijpen ze in zodra het kind geconfronteerd wordt met angstige situaties. Daardoor krijgt het kind weinig gelegenheid om zijn angsten zelfstandig aan te pakken. Het kind keert terug naar dezelfde patronen en de problemen blijven bestaan. Zo’n situatie zien wij dagelijks: de context verandert niet mee en dat is een gemis.
Het gezin als cliënt
Wat als we het anders zouden doen? Niet het kind, maar het gezin als geheel zien als cliënt. Dat betekent dat we relaties en communicatie actief onderzoeken en versterken. Het vraagt om ruimte en tijd om het grotere geheel te analyseren, in plaats van alleen de symptomen van één gezinslid.
Dat dit werkt, zien we bijvoorbeeld in teams die werken vanuit de Infant Mental Health (IMH)-visie. Daar staat de ouder-kindrelatie centraal en worden ouders altijd betrokken bij de behandeling. Psychische klachten bij jonge kinderen worden niet los gezien van de interactie met hun ouders. Hulpverleners kijken naar gezinsdynamieken, communicatiepatronen en stressfactoren. Het resultaat: duurzamere verbetering, omdat ook de omgeving meebeweegt.
Geen uitzondering maar regel
Het idee dat problemen altijd bij één kind liggen is hardnekkig. Ook bij een duidelijke diagnose, zoals autisme, wordt vaak over het hoofd gezien hoe groot de impact op broertjes, zusjes en ouders is. Stress, schuldgevoel en overbelasting brengen het hele systeem uit balans. Broers en zussen kunnen angsten of gedragsproblemen ontwikkelen, ouders voelen zich machteloos of overbelast. De diagnose alleen is nooit het hele verhaal.
Een systemische aanpak lijkt duurder, maar op de lange termijn levert het juist op. Door gezinnen als geheel te behandelen, voorkom je versnipperde, langdurige trajecten die elkaar niet versterken. Dat scheelt kosten én vergroot de effectiviteit.
Onderzoek bevestigt dit
Wetenschappelijk onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam ondersteunt dit beeld. Klinisch psycholoog Hanna Stolper liet zien dat psychische klachten binnen gezinnen sterk verweven zijn, vaak via patronen die al generaties meegaan. Alleen door het systeem te betrekken kun je die patronen doorbreken. Ook internationale studies naar multisysteemtherapie tonen aan dat systemisch werken tot betere resultaten leidt dan individuele behandeling.
Politieke keuze
De vraag is of we de moed hebben om dit fundamenteel anders te organiseren. Niet langer het kind als losse cliënt, maar het gezin als geheel. Dat vraagt om flexibiliteit in bekostiging en samenwerking tussen instanties. Politieke partijen hebben het nu vooral over extra geld en minder wachttijd. Belangrijk, zeker. Maar zolang we doorgaan op de oude weg, houden we een systeem in stand dat symptoombestrijding bovenop symptoombestrijding stapelt.
Vooruitgang begint bij het gezin
Als we willen dat psychische hulp echt verschil maakt, moeten we verder kijken dan het kind dat zich meldt. Problemen ontstaan zelden op zichzelf; ze groeien vaak in gezinnen waar spanning, zorgen of onmacht aanwezig zijn. De juiste vraag is dus niet alleen: wat is er met dit kind aan de hand? Maar vooral: wat speelt er in dit gezin?
Alleen met die bredere blik raken we niet alleen de symptomen, maar ook de oorzaken. Dáár begint echte vooruitgang.
Tekst: Maaike Verschuren, werkzaam in de specialistische GGZ, Doelse de Ruiter, werkzaam in de specialistische GGZ , Els Reuvekamp, werkzaam in de specialistische GGZ en Kirsten Molenaar, werkzaam in expertisecentrum spraak/taal/gehoor. Maaike, Doelse, Els en Kirsten zijn alle vier Orthopedagoog in opleiding tot Orthopedagoog-Generalist.