In de zorg voor mensen als Zoë draait het om één ding: begeleiders die blijven -of ze nou zzp’er zijn of in loondienst

De discussie over zelfstandige zorgprofessionals (zzp’ers) in de gehandicaptenzorg is onlangs opnieuw opgelaaid, dit keer naar aanleiding van het Kamerdebat van 20 mei 2025 over de motie van Aartsen. Die motie pleitte ervoor om zzp’ers juist niet standaard uit te sluiten bij aanbestedingen – een reactie op eerdere pogingen van het kabinet om de inzet van zzp’ers terug te dringen.

 

Het kabinet en bestuurders van zorgorganisaties maken zich zorgen over kosten en over het gebrek aan continuïteit in de zorg. Volgens ons is dat laatste – de continuïteit – precies waar de discussie over zou móeten gaan. Want elke minuut die we besteden aan het welles-nietes-spel rond zzp’ers, is een minuut waarin mensen in een kwetsbare positie het onderspit moeten delven. We zijn meer bezig met contractvormen dan met langdurige, duurzame betrokkenheid van zorgprofessionals, terwijl juist dát het fundament van goede zorg is.

 

Neem het voorbeeld van Zoë, een meisje van twaalf jaar met een verstandelijke beperking en het emotioneel ontwikkelingsniveau van een dreumes. Zij woont in een zorginstelling en ervaart de wereld als onvoorspelbaar en bedreigend. In drie jaar tijd heeft ze vijf verschillende persoonlijk begeleiders gehad. Het merendeel van het oorspronkelijke team is vervangen. Voor een kind dat zoveel behoefte heeft aan een gevoel van veiligheid is dit een ingrijpende realiteit. Kunnen we van Zoë verwachten dat ze telkens opnieuw vertrouwensrelaties opbouwt?

 

Wat in de praktijk bijdraagt aan deze wisselingen, is dat zzp’ers vaak slechts voor korte periodes worden ingezet. Dat komt mede door handhaving op de Wet DBA, die het voor organisaties ingewikkeld maakt om zelfstandige zorgprofessionals duurzaam in te zetten. Het gevolg is dat cliënten als Zoë steeds opnieuw te maken krijgen met andere gezichten, terwijl juist zij zo sterk gebaat zijn bij vertrouwde relaties en voorspelbaarheid in de zorg.

 

Vanuit de orthopedagogiek weten we hoe belangrijk voorspelbaarheid en vaste gezichten zijn voor het gevoel van veiligheid bij mensen met een verstandelijke beperking. Hoogleraar Paula Sterkenburg van de Vrije Universiteit onderstreept het belang van een sterke hechtingsband als buffer tegen stress. Wetenschappelijk onderzoek toont bovendien aan dat gedragsproblemen bij mensen met een beperking verminderen wanneer er sprake is van een veilige, liefdevolle en wederkerige relatie met begeleiders.

 

Tegenover het belang van continuïteit staat de realiteit van personeelstekorten. In tijden van schaarste klinkt het logisch om elke beschikbare kracht in te zetten. Bij cliënten met complexe problematiek roept dit echter de vraag op of de zorg die dan geboden wordt, daadwerkelijk in hun belang is. Een onbekende invaller, hoe bekwaam ook, kan onmogelijk binnen een korte overdracht goed afstemmen op de hulpvraag van iemand als Zoë.

 

Het is nu tijd om de discussie om te zetten naar het belang en de voorwaarden voor langdurige relaties in de gehandicaptenzorg. In het licht van het voorspelde personeelstekort van 266.000 zorgverleners in 2034 is het belangrijker dan ooit om in te zetten op beleid dat continuïteit stimuleert. Dat kan gaan over contractvormen, maar ook over teamsamenstelling, innovatieve technologieën, expertise bij de zorgprofessionals en loopbaanperspectieven. Alleen zo bouwen we aan een zorgstelsel waarin mensen in een afhankelijkheidspositie zoals Zoë zich gezien, gekend en veilig kunnen voelen.

 

Sharel Kroes, Rachel Wierda en Kyra van der Heiden

NVO Orthopedagogen in opleiding tot generalist in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

About the Author /

m.buisman@nvo.nl

Alle artikelen