Tussen wal en schip: Niet de beperking, maar het systeem sluit uit

Stel je voor dat je de wereld om je heen niet goed begrijpt, maar niemand merkt het. Je zegt ‘ja’ omdat je niet dom wil lijken, maar loopt ondertussen steeds verder vast. Dat is de realiteit voor duizenden volwassenen in Nederland. En dat komt omdat we nog steeds vaak een lichte verstandelijke beperking niet herkennen, maar vooral omdat we onze systemen er niet op aanpassen.

 

Op 28 juni 2025 trad de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn in werking: een belangrijke stap richting digitale toegankelijkheid voor mensen met een beperking. En op 11 juli presenteerde het kabinet een nieuwe werkagenda voor de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Die werkagenda is hard nodig. Want hoewel Nederland zich in 2016 aan dit verdrag verbond, is de uitvoering nog altijd te versnipperd – zeker voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Dit heeft directe gevolgen voor mensen zoals Maya.

 

Steeds verder in de knel

 

Maya is 32 en woont zelfstandig in een sociale huurwoning in een buitenwijk. Ze is vriendelijk, komt haar afspraken na en doet haar best om mee te draaien in de samenleving. Toch raakt ze steeds verder in de knel. Ze begrijpt de brieven van de gemeente niet, raakt in paniek bij formulieren. Tegelijkertijd wil ze niet dat mensen haar afwijzen en verbloemt ze daarom haar beperking met als gevolg dat ze ook geen hulp krijgt.

 

In Nederland heeft naar schatting 1 à 2 procent van de volwassenen een licht verstandelijke beperking. Deze groep valt tussen wal en schip: te ‘goed’ voor intensieve zorg, maar te kwetsbaar om zelfstandig te functioneren in een complexe samenleving. Vaak wordt de lichte verstandelijke beperking niet herkend en niet onderkend. Waardoor ook de hulp uitblijft die deze mensen nodig hebben. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor ondersteuning, maar missen vaak de expertise om de beperking te herkennen.

 

Lang niet altijd herkend

 

De gevolgen daarvan zijn zichtbaar en structureel. Volwassenen met een licht verstandelijke beperking zijn oververtegenwoordigd in schuldhulpverlening, dakloosheid en het strafrecht. Onderzoek laat zelfs zien dat volwassenen met een licht verstandelijk beperking vaker in contact komen met politie en justitie dan gemiddeld. Hun beperking wordt in die situaties echter lang niet altijd herkend. Dat is niet alleen onrechtvaardig, maar ook inefficiënt: hulp komt vaak pas als het te laat is.

 

Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Er zijn gemeenten en organisaties die wél investeren in maatwerk zoals onvoorwaardelijke zorg of begeleiding in de nabijheid. Maar deze initiatieven zijn versnipperd en afhankelijk van lokale inzet. Ze vormen de uitzondering en niet de norm.

 

Sommige volwassenen met een licht verstandelijke beperking redden zich prima met lichte ondersteuning. Herkennen van deze beperking is dan echter wel essentieel. Maar herkennen alleen is niet genoeg. We mogen ook best een keer kritisch kijken naar ons eigen systeem. Beleidsmatig ligt de nadruk op zelfredzaamheid en digitale vaardigheden. Maar wat als iemand de brieven van de gemeente niet begrijpt, geen DigiD kan aanvragen, en daardoor geen toegang krijgt tot hulp? Mensen met een lichte verstandelijke beperking mogen niet de dupe zijn van een systeem dat te ingewikkeld is om in mee te komen.

 

Menselijke maat

 

Het is aan de rijksoverheid – en in het bijzonder aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Justitie en Veiligheid – om beleid en uitvoering beter aan te laten sluiten bij hún leefwereld. Zorg, welzijn en justitie moeten ondersteunend, begrijpelijk en toegankelijk zijn ingericht. Minder bureaucratie, meer ruimte voor menselijke maat. Mensen zoals Maya lopen vast op ingewikkelde brieven en digitale drempels. Wat zij nodig hebben, is een overheid die hen ziet, begrijpt, en zich actief naar hen toe beweegt.

 

Nederland heeft met het VN-verdrag Handicap afgesproken te werken aan inclusie en gelijke kansen. Dat vraagt om een systeem dat zich aanpast aan mensen, niet andersom. Het vraagt om structurele oplossingen waarin herkenning, nabijheid en passende ondersteuning centraal staan.

 

Tekst: Boukje van der Meij en Dominique Stolk zijn orthopedagogen-generalist in opleiding en werkzaam in de gehandicaptenzorg.

 

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen