
Begeleiders vertrekken niet omdat ze weg willen, maar omdat ze geen toekomst zien
Begin dit jaar luidde de Britse krant The Guardian de noodklok over een groeiende tweedeling op de Britse arbeidsmarkt. Aan de ene kant zijn er mensen met een kantoorbaan, voor wie flexibele werktijden, thuiswerkmogelijkheden en doorgroeikansen vanzelfsprekend zijn. Aan de andere kant staan mensen op de directe werkvloer, zoals verpleegkundigen en winkelpersoneel, voor wie die voordelen ontbreken. The Guardian noemde hun arbeidsomstandigheden “bevroren in de tijd”.
In de gehandicaptenzorg in Nederland, waar wij beiden werkzaam zijn, zien we hetzelfde beeld. Begeleiders die jarenlang met toewijding hebben gewerkt met mensen met een verstandelijke beperking, verlaten het directe werkveld. Ze stromen door naar coördinerende of beleidsmatige kantoorfuncties. Niet omdat ze het contact met cliënten willen opgeven, maar omdat ze daar meer uitdaging, ontwikkelmogelijkheden en regelmaat vinden.
Uit het landelijk uitstroomonderzoek van RegioPlus (2024) blijkt dat ruim 25 procent van de professionals die de directe zorg verlaten, vertrekt vanwege een gebrek aan doorgroeimogelijkheden, en nog eens ruim 20 procent omdat de werktijden moeilijk te combineren zijn met het privéleven.
Vertrouwde relaties vallen weg
Dat begeleiders de gehandicaptenzorg uitstromen, raakt direct de mensen om wie het draait. Mensen met een verstandelijke beperking krijgen te maken met minder continuïteit in de zorg. Vertrouwde relaties vallen weg, waardoor probleemgedrag of psychische klachten kunnen toenemen. Telkens vertrekken er mensen met wie cliënten juist een band hebben opgebouwd.
Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, is het noodzakelijk dat er veel meer waardering en aandacht komt voor het vakmanschap van begeleiders. Zorgorganisaties moeten hen erkennen als deskundigen in de directe zorg, en ruimte bieden voor ontwikkeling, doorgroeimogelijkheden en meer flexibele werktijden.
Neem Tina, een begeleider die al tien jaar op dezelfde woning werkte met dezelfde cliënten, die ze door en door kende – wat ze leuk vonden, wat hun humor was, waar ze spanning van kregen. Die vertrouwdheid was haar veel waard, maar na tien jaar bood het werk haar steeds minder uitdaging. Uiteindelijk koos ze voor een beleidsfunctie. Daar kon ze zich verder ontwikkelen, en het was beter te combineren met de zorg voor haar gezin en haar ouder wordende ouders. Voor de bewoners betekende dit het verlies van een vertrouwd gezicht, en voor haar collega’s het wegvallen van een bron van ervaring en stabiliteit.
Gebaat bij vaste gezichten
Het lijkt misschien een utopie om begeleiders in de gehandicaptenzorg meer flexibiliteit en ontwikkelmogelijkheden te bieden. Dat past immers niet zo goed bij de aard van het vak. Maar wie dat zegt, gaat voorbij aan de urgentie van het arbeidsmarktprobleem én aan de kwetsbaarheid van de doelgroep. Mensen met een verstandelijke beperking zijn juist gebaat bij vaste gezichten. De voortdurende komst van nieuwe medewerkers zorgt voor onrust en onzekerheid. Daarom moeten zorgorganisaties de arbeidsomstandigheden van begeleiders prioriteit geven.
Hoogleraar Carlo Schuengel van de Vrije Universiteit stelt in de podcast van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) dat langdurige relaties in de zorg een beschermend effect hebben: ze versterken het psychisch welbevinden en bevorderen de ontwikkeling van cliënten. Voormalig hoogleraar Gijs van Gemert van de Rijksuniversiteit Groningen benadrukt daarnaast hoe belangrijk het is om het vakmanschap van begeleiders serieus te nemen, juist om hen te behouden op de werkvloer.
Kwaliteit van zorg versterken
Zorgorganisaties investeren volop in innovaties, digitalisering en beleid, maar vergeten daarbij soms hun grootste kapitaal: de begeleiders. Zij vormen de brug tussen beleid en praktijk, tussen cliënt en systeem. Door hen meer invloed te geven op de inhoud en de organisatie van hun werk, kunnen instellingen niet alleen verloop tegengaan, maar ook de kwaliteit van zorg versterken.
Tekst: Ellen Schakel Orthopedagoog Generalist i.o. en Miriam Goedhart Orthopedagoog Generalist i.o. Beiden zijn werkzaam in de gehandicaptenzorg.