Jeugdhulpverlening zonder DSM-classificaties moet het leidende principe worden

De afgelopen decennia heeft het medische model, samen met de ‘Diagnostic Statistical Manual’ (DSM-5-TR), de toon gezet in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en jeugdhulpverlening. Deze dominantie heeft niet alleen invloed gehad op de taal die wordt gebruikt, maar ook op onderzoeksmodellen, behandelstrategieën, zorgpaden, organisatiestructuren en financieringsmodellen binnen de sector. Echter, dit medische model, gekenmerkt door lineair oorzaak-gevolg denken, biedt beperkte ruimte voor betekenisgeving en het begrijpen van de complexiteit van psychische aandoeningen.

 

Recente inzichten benadrukken dat psychische eigenschappen niet eenvoudigweg in strikte categorieën kunnen worden ingedeeld. In plaats daarvan zijn ze dimensionaal verdeeld en passen ze zich voortdurend aan door de constante interactie met de omgeving. Bovendien zijn psychische ervaringen inherent subjectief, omdat individuen betekenis geven aan wat zij waarnemen en voelen. Deze verschuiving naar een meer holistische benadering is van groot belang voor de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulpverlening. Het benadrukt het belang van betekenisvolle interacties tussen hulpverleners en cliënten, waarbij het begrip van de unieke ervaringen en perspectieven van het individu centraal staat.

 

In plaats van te focussen op strikte diagnostische labels uit de DSM, moedigt deze benadering aan om aandacht te besteden aan de contextuele factoren die van invloed zijn op iemands welzijn. Dit vereist een transformatie van therapeutische benaderingen, maar ook van de organisatie en financiering van de geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulpverlening. Het creëren van ruimte voor diversiteit in behandelmethoden en het erkennen van de waarde van betekenisvolle zorgpaden kan een positieve impact hebben op de kwaliteit van de geboden zorg.

 

Hulpverlening zonder classificatie

 

Jeugdhulpverlening zonder classificatie moet het leidende principe worden voor alle kinderen, jongeren en gezinnen in Nederland. Gebaseerd op het concept van Positieve Gezondheid, ligt de focus niet op de ‘aandoening’ of ziekte, maar op wat er al goed gaat volgens het gezin zelf. Deze bredere benadering draagt bij aan het versterken van het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen om te gaan, en stimuleert zoveel mogelijk eigen regie.

 

In de leefomgeving van cliënten zijn vaak waardevolle ‘buiten-therapeutische steunbronnen’ aanwezig. Deze steunbronnen kunnen aanzienlijk bijdragen aan het verminderen of oplossen van psychosociale problemen. Onderzoek toont aan dat de kwaliteit van het sociale netwerk van jeugdigen en opvoeders een sterke voorspeller is van de effectiviteit van hulpverlening. Versterking en mobilisering van het netwerk rond gezin, school en/of buurt zijn daarbij cruciale factoren. Een actieve deelname en sterke inbedding in de omgeving vergroten de kans op blijvende positieve effecten van ingezette zorg.

 

De kracht van een stevige sociale basis en aanvullende zorg die dichtbij deze sociale basis wordt georganiseerd, is aanzienlijk. Floortje Scheepers (Hoogleraar Innovatie in de GGZ) pleit voor meer normalisatie en het creëren van ‘drinkplaatsen’ in de wijken, waar mensen gemakkelijk toegang hebben tot hulp. Deze vernieuwing is momenteel al gaande in de jeugdhulpverlening in Utrecht stad onder de noemer KOOS en verdient verdere stimulans voor uitbreiding naar alle gemeenten in Nederland. Het bevordert een benadering waarin de omgeving actief betrokken is, en het maakt ruimte voor zorgprofessionals om effectief te opereren in deze meer inclusieve en laagdrempelige setting.

 

Ouders benaderen de zorgprofessionals van KOOS zeer regelmatig met het verzoek om een classificatie voor het gedrag van hun kinderen. Deze ouders verlangen naar duidelijkheid, naar een label dat in hun optiek het gedrag van hun kind verklaart en mogelijk handvatten biedt voor verdere ondersteuning. Echter, een classificatie is niet meer dan een bundeling van waargenomen gedrag; het biedt geen verklaring voor de oorzaken van specifiek gedrag. Bovendien biedt een classificatie geen concrete handvatten voor ouders en professionals. Het is eerder een label dan een kompas, waardoor de zoektocht naar effectieve strategieën voor ondersteuning en behandeling bemoeilijkt wordt. De druk vanuit ouders voor een quick fix in psychologische zorg voor hun kinderen wordt gedreven door de behoefte aan snelle en duidelijke antwoorden op complexe problemen. In een tijd waarin ouders vaak onder grote druk staan door werk, school en sociale verplichtingen, lijkt een snelle classificatie en oplossing een aantrekkelijk vooruitzicht.

 

Dit verlangen naar onmiddellijke duidelijkheid en concrete handvatten wordt vaak gestimuleerd door schoolbeleid of informatie die ze hebben opgepikt op het internet. Ze hopen dat een classificatie niet alleen het gedrag van hun kind verklaart, maar ook direct toepasbare oplossingen biedt. Echter, deze benadering negeert de complexiteit van psychische problemen en de noodzaak voor een meer holistische en contextuele aanpak.

 

Schaarste in tijd en middelen

 

In een tijd van schaarste binnen de jeugdhulpverlening moeten we ons afvragen of het rigide vasthouden aan classificaties nog wel relevant is. Laten we de schaarste aan tijd en middelen benutten om direct in te grijpen en te focussen op wat werkt, in plaats van kostbare tijd te verspillen aan overbodig onderzoek dat weliswaar een classificatie oplevert, maar geen antwoord biedt op de cruciale “waarom” vraag. Het langdurige gebruik van DSM-classificaties als leidraad voor behandeling in de geestelijke gezondheidszorg begint zijn tol te eisen. Het vasthouden aan protocollen verbonden aan specifieke classificaties heeft geleid tot zorg die niet altijd aansluit op individuele behoeften, zorgen en krachten.

 

We leven in een tijdperk waarin maatwerk de norm moet zijn. Laten we afstappen van een eenzijdige afhankelijkheid van classificaties en streven naar een holistische benadering die recht doet aan de individualiteit van elke persoon die zoekt naar mentale welzijnsondersteuning.

 

Tekst: Renate Maat, Orthopedagoog in opleiding tot Orthopedagoog-Generalist, Werkzaam bij KOOS Utrecht

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen