Doe de postcode check! Kom jij in aanmerking voor jeugdhulp?

Eind oktober waren de verkiezingen. De landelijke politiek wil de jeugdhulp aanpakken en hervormen, waaronder wachtlijsten terugdringen en de jeugdhulp minder kostbaar maken. Dit is nodig, want de wachtlijsten zijn erg lang en de jeugdhulp kost veel geld. Door de decentralisatie in 2015 is de jeugdhulp echter niet meer landelijk geregeld, maar gemeentelijk. Dat heeft gezorgd voor veel verschillen in hoe de jeugdhulp wordt georganiseerd en uitgevoerd. Het maakt sindsdien uit wat het adres is waar je kind op ingeschreven staat, of je als gezin hulp krijgt, wat voor hulp je krijgt, van wie je hulp krijgt en hoeveel uur hulp je krijgt. Met de zogenaamde ‘postcodecheck’ op de sites van grote gemeenten, zoals Amsterdam en Den Haag, kun je zien bij wie je terecht kunt.

 

Het Rijk heeft met de invoering van de Jeugdwet in 2015 de gemeenten verantwoordelijk gemaakt voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Wij signaleren dat dit in de praktijk niet altijd voldoende wordt nageleefd. Gemeenten hebben vrije keuze in welke zorg wel en niet wordt ingekocht en aan welke eisen aanbieders moeten voldoen. Hierdoor hebben gemeenten een grote invloed op de inhoud van de jeugdhulp. Als de uitvoerende professionals constateren dat er iets anders nodig is, zoals meer uren jeugdhulp of een andere aanbieder, dan is dit niet mogelijk op dit moment. Gemeenten hebben een enorme taak op hun bordje gekregen. Hoewel er veel controle is op de kwaliteit van de zorg aanbieders, lijkt er geen controle te zijn op het inkoopbeleid van de gemeente zelf. De richtlijnen die zijn gesteld binnen de Jeugdwet worden namelijk niet allemaal nageleefd door gemeenten.

 

Een voorbeeld is Anna van 14. Ze komt bij praktijk A. in behandeling. Anna heeft recht op 32 uur aan behandeltijd volgens de gemeente waar zij woont. Als zij echter in de naastliggende gemeente zou wonen, dat is twee straten verderop, heeft zij recht op 50 uur aan behandeltijd. De behandeltijd wordt door de uitvoerende professional ingeschat op ongeveer 50 uur, maar omdat Anna in de gemeente woont waar maar 32 uur wordt vergoed, kan zij niet de volledige behandeling krijgen.

 

Een ander voorbeeld is Mo van 6. Hij wordt verwezen door de huisarts naar de GGZ voor behandeling. Zijn gemeente heeft bepaald dat kinderen uit deze gemeente verplicht een DSM-5 classificatie moeten hebben om behandeling te kunnen krijgen bij deze organisatie. Ondanks dat, volgens de Jeugdwet, een classificatie geen verplichting is voor behandeling. Als Mo in een andere gemeente had gewoond, had hij geen classificatie nodig. Zijn behandelaar geeft hem een classificatie, omdat hij anders geen behandeling kan krijgen.

 

Ongelijkheid wordt vergroot

 

Een van de knelpunten van het bestaande systeem is dat bepaalde gemeenten ‘rijker’ zijn dan andere gemeenten, waardoor er meer te besteden is aan jeugdhulp dan in armere gemeenten. Hierdoor wordt ongelijkheid vergroot. Kwetsbare kinderen in armere gemeenten krijgen minder uren voor jeugdhulp dan kinderen in meer welgestelde gemeenten. Hierdoor wordt de kloof tussen rijk en arm vergroot. De meest kwetsbare kinderen worden hierdoor het meest geraakt. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft begin 2025 een rapport geschreven waarin hier ook voor is gewaarschuwd; de ongelijkheid is er al, en de geplande bezuinigingen zullen de komende jaren de meest kwetsbaren in onze samenleving nog meer raken.

 

Daarnaast zijn kinderen en gezinnen afhankelijk van het zorgaanbod in hun regio. In de gemeente Amsterdam is dit zelfs zover doorgetrokken dat je, wanneer je in West woont, niet gebruik kan maken van hulpaanbod dat alleen is ingekocht in Oost. Ook al heeft deze aanbieder de kortste wachttijd en is de hulp het meest passend bij de hulpvraag van het gezin. Ook bij gescheiden ouders is het adres waarop het kind ingeschreven staat bepalend voor de zorg die je kunt ontvangen. Dit alles gaat ten koste van de keuzevrijheid van de gezinnen en de uitvoerende professional naar welke partij er doorverwezen kan worden.

 

Meer vertrouwen in de professionals

 

Wij vragen ons als orthopedagogen af waar het vertrouwen is in inschatting van de uitvoerende professionals. Wij zijn opgeleid en ervaren in het inschatten van passende zorg. Het is logisch dat uitvoerende professionals dit beter kunnen bepalen dan de gemeente. De gemeente heeft namelijk ook een ander belang; het geld goed verdelen over alle werkzaamheden die de gemeente heeft, de financiën gezond houden en ook de bezuinigingen (waaronder die op Jeugdhulp) door te voeren. Het is belangrijk dat er meer vertrouwen komt in de inschatting van de uitvoerende professionals. Om zorg op maat te bieden, dien je de uitvoerende professional minimaal te betrekken bij de inschatting van de benodigde middelen voor de zorg, waaronder de benodigde uren.

 

Je postcode mag niet bepalend zijn voor je kwaliteit van leven. We leven in een land met grote kansenongelijkheid en willen hier met zijn allen verandering in brengen. Een kind in Amsterdam leeft wellicht anders dan een kind in Amstelveen, maar beiden hebben recht op een goede en volledige zorg, die met vertrouwen door de behandelaren kan worden uitgevoerd. De gemeente heeft het te druk om met deze belangrijke taak belast te worden, zeker zonder verdere ondersteuning. De opties zijn om de regelgeving centraler te trekken en landelijke afspraken te maken; of de zorg op maat daadwerkelijk toe te passen en de uitvoerende behandelaar leidend te maken in welke zorg en welk bijbehorend budget nodig is.

 

Tekst: Noor Smits, werkzaam in de Jeugdhulp en Marloes van der Gaag, werkzaam in de specialistische jeugd-GGZ. Beiden zijn Orthopedagoog-Generalist i.o.

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen