
Thuiszitters hebben alle steun nodig
RTL Nieuws besteedde op 23 oktober jl. aandacht aan de oproep die de moeder van Tygo via de sociale media deed om haar zoon een kaartje te sturen voor zijn twaalfde verjaardag. Tygo gaat al vier jaar niet meer naar school en is erg eenzaam. “Vooral zijn verjaardagen zijn confronterend”, vertelt moeder aan RTL.
Oudervereniging Balans heeft 2024 uitgeroepen tot het Jaar van de Thuiszitter. Recente cijfers laten zien dat er 20 duizend kinderen net als Tygo niet naar school gaan en dat dit aantal het laatste jaar zelfs met een derde is toegenomen. Kinderen hebben recht op onderwijs, toch zijn er kinderen, bijvoorbeeld met autisme of hoogbegaafdheid, die vastlopen in het systeem. Ondanks de inzet van ouders, leerkrachten, zorgverleners en andere professionals, lukt het niet om deze kwetsbare groep binnen het onderwijs te houden. Tot overmaat van ramp bezuinigt het kabinet komend jaar 8,7 miljoen euro op ondersteuning van thuiszitters.
Grote gevolgen
Ondertussen zit er dus een grote groep kinderen thuis, verstoken van onderwijs en de broodnodige sociale contacten. Dit heeft niet alleen op korte termijn gevolgen voor hun ontwikkeling. Op latere leeftijd kan dit leiden tot eenzaamheid, het niet kunnen afronden van een opleiding, geen werk kunnen vinden, financiële problemen en een grotere kans op psychische problemen.
Staatssecretaris Mariëlle Paul (primair en voortgezet onderwijs, VVD) benadrukt dat scholen samen met het sociaal domein aan de slag moeten met het terugdringen van het aantal thuiszittende leerlingen. Een wetsvoorstel dat een meer integrale aanpak van meervoudige problematiek financieel en qua regelgeving makkelijker zou moeten maken (Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein) ligt echter al sinds januari 2023 op de plank, maar is door het huidige kabinet in de wacht gezet.
Deze wet is hard nodig. Thuiszitters kunnen naar mijn overtuiging alleen worden geholpen met behulp van een integrale aanpak. Een aanpak waarbij professionals vanuit onderwijs en jeugdzorg met de ouders samenwerken aan maatwerk, vanuit een gedeelde visie, met het kind centraal. Het is tijd voor een échte, structurele samenwerking zonder alle barrières.
Neem als voorbeeld Bram, een jongen uit groep 6. Hij klaagt steeds vaker over hoofdpijn en buikpijn, is angstig en vertoont veel weerstand tegen school. Zijn leerkracht maakt zich zorgen. De intern begeleider wordt ingeschakeld en de ouders schakelen de jeugdzorg in. Al snel raken ook de directeur, de leerplicht ambtenaar en het samenwerkingsverband betrokken. Er ontstaat een wirwar van gesprekken, observaties en adviezen. Door de barrières die er tussen de verschillende hulpverleningsinstanties en het onderwijs staan, lukt het niet om tot een integrale aanpak te komen. Uiteindelijk belandt Bram thuis. Zijn schoolcarrière stokt. Zijn toekomstperspectief vertroebelt.
Verschillende organisatieculturen
Een andere belemmering om te komen tot een goede samenwerking zijn de verschillende organisatieculturen in het onderwijs en de hulpverleningsinstanties. Maar ik heb ervaren dat dat niet het grootste probleem is. Het is wel een uitdaging. Onderwijs en jeugdzorg kunnen in samenwerking met ouders kijken hoe ze met deze uitdaging om kunnen gaan.
Michael Ungar, een bekende hoogleraar uit Canada die gespecialiseerd is in werkpraktijken van social work pleit voor wat hij noemt een “cultureel responsieve” benadering: professionals moeten niet alleen kijken naar de problemen van het kind, maar ook naar de context waarin het kind opgroeit. Door verschillende instanties zoals scholen, zorgverleners en gemeenschapsorganisaties integraal te laten samenwerken, kunnen kinderen met complexe problematiek beter worden geholpen.
Terugkijkend naar een casus zoals die van Bram is de vraag: ‘wat gebeurt hier nu eigenlijk’? In plaats van te kijken naar wat Bram nodig heeft om zich te ontwikkelen binnen het onderwijs, wordt hij gereduceerd tot een ‘lastig’ of ‘complex’ kind. Maar ís Bram complex of is het te complex om samen tot een oplossing te komen? Zijn professionals bereid om de grenzen van de eigen discipline te overstijgen en samen te werken aan maatwerk?
Gedeelde visie
Het is tijd om de barrières weg te halen tussen onderwijs en jeugdzorg. Samen te gaan werken vanuit een gedeelde visie, met het kind centraal. Investeren in elkaars expertise, leren van elkaars ervaringen en ouders als serieuze samenwerkingspartners te betrekken. Alleen dan kan thuiszitten voorkomen worden en krijgt ieder kind de kans om zijn of haar potentieel te bereiken.
Tekst: Chantal van der Plaat, orthopedagoog bij GGZ Rivierduinen Jong in Zoetermeer en in opleiding tot orthopedagoog generalist.