“In de gehandicaptenzorg worden je grondrechten niet afgepakt”

Mensen met een IQ tussen 70 en 85 worden steeds vaker in de gehandicaptenzorg opgenomen omdat de GGZ of Jeugdzorg hen afwijst vanwege hun lage niveau, stellen artsen Ilse Zaal en Michiel Vermaak in het NRC van vrijdag 12 april. Dat is een kwalijke zaak, want daar worden gelijk hun grondrechten afgepakt.

 

Als orthopedagoog werkzaam in de crisiszorg, herken ik het eerste deel van deze bewering. Niet alleen is de definitie van wat een verstandelijke beperking is in de loop der tijd verschoven, maar ook zijn de schotten tussen verschillende zorgsectoren nog steeds hoog. Bij complexe problematiek, waarbij bijvoorbeeld gelijktijdig sprake is van psychiatrische problemen, verslavingsproblemen en een verstandelijke beperking, wordt de verstandelijke beperking vaak aangevoerd als reden om behandeling te weigeren bij de GGZ of verslavingszorg.

 

Het tweede deel van de bewering, het afpakken van de grondrechten, herken ik echter niet en ik ben van mening dat deze onjuistheden bevat, waardoor er onnodig een schrikbeeld wordt opgeroepen. Ik weet dat het lezen van dergelijke berichten in de krant angst veroorzaakt bij ouders van kinderen met een verstandelijke beperking. Daarom vind ik dat dit beeld genuanceerd moet worden.

 

Rechtsbescherming gewaarborgd

 

De rechtsbescherming van mensen met een verstandelijke beperking wordt sinds 2020 gewaarborgd door geregistreerde onafhankelijke deskundigen, zoals de orthopedagoog-generalist, gz-psycholoog en arts VG. Samen met de wettelijk verankerde rol van de cliënt en een cliëntvertegenwoordiger vindt er gezamenlijke besluitvorming plaats. Dat de rechter hier geen actieve rol in speelt, betekent niet dat er geen bescherming is.

 

Er zijn zeker wel problemen met deze “nieuwe doelgroep”. Als lid van het crisis- en ondersteuningsteam Oost Nederland kom ik deze groep vaak tegen. Het is duidelijk dat deze groep niet hetzelfde vraagt als de mensen die al jarenlang in de gehandicaptenzorg wonen. In mijn regio was ik onlangs betrokken bij een jonge vrouw. Ze kampte met een verslaving en had psychotische klachten, wat leidde tot agressief gedrag. Ondanks haar lage IQ had ze tot dan toe redelijk gefunctioneerd, maar na het overlijden van haar moeder escaleerden haar klachten. Zowel de verslavingszorg als de GGZ zaten aan tafel. Volgens deze partijen had behandeling geen zin als er niet eerst stabiliteit zou ontstaan in haar dagelijks leven. Helaas zijn er in deze sectoren ook steeds minder verblijfsplekken beschikbaar met de benodigde nabijheid van zorg en structuur. De gehandicaptenzorg beschikt wel over deze plekken.

 

Twee groepen

 

Volgens de Amerikaanse hoogleraar Edward Zigler bestaan er twee groepen mensen met een verstandelijke beperking. De eerste groep zijn de mensen waarbij er een duidelijke oorzaak van de beperking is, bijvoorbeeld een chromosomale afwijking of een stofwisselingsziekte. Bij de tweede groep kan de beperking meer gezien worden als een min of meer toevallige afwijking van het gemiddelde niveau van de rest. Daar vallen de mensen met zwakbegaafdheid vaak onder.

 

Volgens Zigler hebben beide groepen een andere benadering nodig. In die zin begrijp ik de kern van de zorgen van Zaal en Vermaak goed. In de Nederlandse gehandicaptenzorg zie je dat voor beide groepen dezelfde regelingen en zorgopvattingen bestaan. Het is een terechte vraag of dit wel recht doet aan beide groepen.

 

Als iemand uit de tweede groep in de gehandicaptenzorg wordt opgenomen, houdt dat dan bijvoorbeeld gelijk in dat zo iemand de rest van zijn leven vogelhuisjes moet knutselen, zoals wordt gesuggereerd? Ik mag hopen van niet. Het is wel zo dat ik ook wel heb gemerkt dat veel mensen met zwakbegaafdheid of een lichte verstandelijke beperking enorm werden overvraagd door de maatschappelijke norm van wat echt werk is of wat zelfstandig wonen inhoudt en daardoor al jaren chronische stress ervoeren. Het vraagt daarom deskundigheid om zo iemand goed op te vangen.

 

Goed opgeleide deskundigen

 

Een geval zoals deze jonge vrouw is complex en de verscheidenheid aan factoren vereist een integraal behandelplan waarin vrijheidsbeperking ook mogelijk aan bod komt, maar nooit als het belangrijkste doel. Sinds 2020 is vrijheidsbeperking een onderwerp dat in dialoog wordt besproken tussen betrokkenen, inclusief de cliënt, zijn vertegenwoordiger of vertrouwenspersoon. De eindverantwoordelijkheid ligt bij goed opgeleide deskundigen, die een onafhankelijke positie hebben ten opzichte van hun werkgever en zijn opgenomen in het BIG-register. In tegenstelling tot een rechter kunnen zij bijvoorbeeld beoordelen of het beperken van iemands telefoongebruik passend is bij het type beperking en hoe lang dit nodig is bij een bepaalde behandeling.

 

Onrust

 

Het artikel van 12 april in de NRC stelt dat wanneer iemand in de gehandicaptenzorg terechtkomt, zijn grondrechten worden afgepakt. Dit is niet alleen onjuist, maar het veroorzaakt ook onnodige angst bij ouders van mensen met een verstandelijke beperking, zoals ik de afgelopen dagen heb gemerkt.

 

Het is belangrijk dat we de praktijk van de gehandicaptenzorg in Nederland kritisch bekijken. Echter, beweren dat grondrechten automatisch worden afgenomen is onterecht.

 

tekst: Matthijs Heijstek, orthopedagoog-generalist bij het crisis- en ondersteuningsteam Oost Nederland en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen