Jeugdhulp werkt beter als gemeente en hulpverlening elkaar vertrouwen

De inspectie waarschuwt dat gemeenten de groeiende vraag naar psychische hulp voor jongeren niet meer goed kunnen opvangen (noot 1). Dat is zorgwekkend, juist omdat diezelfde gemeenten een sleutelrol hebben in de toegang tot jeugdhulp. Zij beslissen of hulp wordt toegekend, verlengd of stopgezet.

 

Goede samenwerking met hulpverleners zou gemeenten daarbij kunnen ontlasten. Toch ervaren professionals in de praktijk vaak het tegenovergestelde: meer administratie, meer verantwoording en meer controle. Zij moeten steeds opnieuw uitleggen waarom hulp nodig is, waarom die moet doorgaan en waarom hun professionele oordeel gevolgd zou moeten worden. Dat kost tijd en kan voelen alsof hun deskundigheid onvoldoende wordt vertrouwd.

 

Onzekerheid

 

Die spanning wordt zichtbaar in de dagelijkse praktijk. Consulenten van de gemeente moeten beslissen over ingewikkelde hulpvragen, vaak onder hoge druk en met beperkte tijd om een gezin echt te leren kennen. Specialistische kennis over ontwikkeling, opvoeding en psychische problemen is daarbij niet altijd voldoende beschikbaar.

 

Dit leidt tot situaties waarin aanvragen laat worden opgepakt en casussen slechts oppervlakkig beoordeeld kunnen worden. Voor gezinnen betekent dit dat beslissingen over voortzetting van zorg kunnen worden genomen door iemand die hen nauwelijks kent. Die onzekerheid werkt door in het behandelproces: ouders en jeugdigen houden rekening met een mogelijk abrupt einde van hulp, wat hun betrokkenheid en openheid in de behandeling kan beïnvloeden.

 

Expertise verbinden

 
Het vertrouwen tussen gemeenten en hulpverleners moet worden versterkt. Daarbij moeten samenwerking, wederzijds inzicht en het benutten van elkaars expertise centraal staan. Nu wordt nog te weinig gebruikgemaakt van de kennis die er aan beide kanten is en dat is een gemiste kans.

 

Dat vraagt om een andere manier van organiseren. Gemeenten hoeven niet alles zelf inhoudelijk te beoordelen, maar kunnen hulpverleners die het gezin al kennen nadrukkelijker betrekken bij beslissingen over het starten, verlengen of afronden van zorg. Zo ontstaat besluitvorming waarin niet controle, maar gezamenlijke afweging centraal staat. Op langere termijn kan dit voorkomen dat problemen escaleren en complexer worden.

 

Kwetsbare gezinnen zijn de dupe

 

Een voorbeeld als dat van Mayke, moeder van Teun (14), laat zien waarom vertrouwen tussen gemeente en hulpverlening zo belangrijk is. Zes weken geleden was er een evaluatiegesprek over de zorg voor Teun. Naast Mayke, Teun en de hulpverlener was ook een consulent van de gemeente aanwezig. De consulent was toegewezen aan de casus voor deze evaluatie, maar kende het gezin verder niet.

 

Mayke ontving deze week een brief van de gemeente naar aanleiding van dit gesprek, waarin stond dat de hulp voor haar zoon wordt stopgezet. Op dat moment zat Teun boven op zijn kamer na een moeilijke dag. Het gezin heeft “geen verdere hulp nodig”, aldus de gemeente. De hulp die ze na zo lang wachten eindelijk kregen en die langzaam wat rust bracht, wordt abrupt stopgezet door iemand die hen niet echt kent. Hoe ga je dit aan je kind vertellen?

 

Deze situatie laat zien hoe de inrichting van het systeem doorwerkt in het dagelijks leven van vele gezinnen. Wanneer een consulent die het gezin nauwelijks kent doorslaggevend wordt in een evaluatie, komt het vertrouwen in de expertise van de hulpverlening onder druk te staan. Doordat het hulpverleningstraject van Teun zal eindigen, vreest de betrokken hulpverlener dat de problemen in de toekomst weer heviger zullen oplaaien.

 

Een ingewikkeld spanningsveld

 

Het is begrijpelijk dat consulenten werken binnen een ingewikkeld veld van budgetten, regelgeving en een toenemende zorgvraag. Dat maakt hun positie niet eenvoudig. Toch roept dit de vraag op hoe inhoudelijke afwegingen tot stand komen wanneer specialistische kennis beperkt wordt benut. Juist in situaties van schaarste is het van belang om te steunen op de expertise van professionals die dagelijks met deze problematiek werken, en processen zo in te richten dat continuïteit van zorg niet onnodig wordt doorbroken.

 

Gemeenten hebben ook duidelijke voordelen: zij staan dicht bij inwoners, kennen de sociale kaart en kunnen snel schakelen met andere voorzieningen. Die nabijheid biedt kansen voor maatwerk. Tegelijkertijd vraagt de beoordeling van ontwikkelings- en opvoedproblematiek om specialistische kennis en multidisciplinaire afstemming. Wanneer die structureel ontbreekt, ontstaat het risico dat beslissingen per gemeente te sterk gaan verschillen. Daarmee kan de woonplaats van een gezin bepalend worden voor de toegang tot passende hulp.

 

Deze ontwikkeling past binnen een bredere maatschappelijke tendens waarin het vertrouwen in deskundigheid en wetenschap onder druk staat. Een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (noot 2)  laat zien dat in sommige gemeenten financiële overwegingen meespelen bij het beperken van specialistische jeugdhulp, terwijl dit formeel geen criterium mag zijn (noot 3) . Ook blijkt dat structurele betrokkenheid van gedragswetenschappers niet overal geborgd is. Dit roept vragen op over de wijze waarop inhoudelijke kwaliteit wordt gegarandeerd in de besluitvorming.

 

Gelijke toegang tot hulp

 

Wanneer het uitgangspunt is dat alle jeugdigen en gezinnen gelijke toegang tot passende hulp moeten hebben, vraagt dat om een andere manier van werken. De huidige werkwijze gaat gepaard met veel bureaucratie, terwijl zowel gemeentelijke teams als de geestelijke gezondheidszorg al kampen met hoge werkdruk en wachtlijsten. Juist dan is het niet logisch om extra tijd en energie te verliezen aan controleprocessen die onvoldoende gebruikmaken van bestaande expertise.

 

Dit onderstreept een terugkerend dilemma: gemeenten voeren de regie over jeugdzorg, terwijl de inhoudelijke expertise die nodig is om deze taak zorgvuldig uit te voeren niet altijd even stevig verankerd is in het besluitvormingsproces. Dat moet anders!

 

Tekst: Jeanine Linders, werkzaam in de specialistische GGZ en in opleiding tot orthopedagoog-generalist

 

Noten:

1 Toezicht Sociaal Domein. (2025). Hulp in gemeenten in de knel aan mensen die psychisch kwetsbaar zijn.

 

2 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. (2023). Rapport – De centrale rol van lokale teams in de jeugdhulpketen.

 

3 Memorie van Toelichting bij de Jeugdwet: MvT Jw (n 13) 25.

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen