
Marjan
Soms zijn er cliënten die je bijblijven. Niet alleen vanwege het gedrag dat ze lieten zien, maar vooral vanwege wat ze je leerden. Over nabijheid. Over machteloosheid. Over het belang van luisteren, vertragen en verdragen. Marjan was zo iemand voor mij.
Twaalf jaar geleden leerde ik Marjan kennen. Ze was een vrouw van middelbare leeftijd met een ernstige verstandelijke beperking en dagelijks heftig gedrag: slaan, tuffen, zichzelf uitkleden en op de grond gaan liggen. Ik was toen net begonnen binnen deze doelgroep en zoekende naar een ingang – bij Marjan, bij het team en bij mezelf. Marjan had een complexe voorgeschiedenis: verhalen over een gewelddadige vader, een gesloten thuismilieu, en een gezin dat haar niet altijd kon bieden wat ze nodig had. Haar ouders waren overleden, haar zussen kwamen nog wel op bezoek – wat Marjan zichtbaar raakte, maar ook veel spanning opriep. Na die bezoekjes reageerde ze zich steevast af in gedrag.
Ik zag haar regelmatig liggen – schreeuwend, bloot op de grond. Niemand wist nog goed wat te doen. Tot het moment kwam dat iemand haar bij kop en kont oppakte om haar af te laten koelen op haar kamer. Maar die kamer – de plek die veiligheid zou moeten bieden – was voor haar het symbool geworden van afzondering, juist op de momenten dat ze nabijheid het hardst nodig had.
Wat hadden we anders kunnen doen?
Ik denk nog vaak aan Marjan. Wat hadden we anders kunnen doen om haar beter te ondersteunen – en om de relatie met haar zussen minder belastend te maken? Misschien hadden we meer kunnen begrijpen, als we destijds beter zicht hadden gehad op haar plek in het gezin. Op hoe haar zussen haar beperkingen beleefden. Op wat zij met zich meedroegen aan zorgen, loyaliteit of machteloosheid. Tegenwoordig probeer ik daarom al vroeg meerdere familieleden uit te nodigen aan tafel. Hun verhalen bieden context. Ze helpen gedrag te duiden, en maken het soms ook beter te verdragen. Was dat destijds bij Marjan ook zo geweest? Misschien wel. Misschien hadden we haar gedrag minder als overlast ervaren – en meer als uiting van iets dat al veel langer speelde.
Lange tijd hebben we in de zorg vooral vanuit een medisch model gekeken: naar diagnoses, symptomen en beheersing van gedrag. Ook bij Marjan werd vooral gereageerd op haar uitbarstingen – zonder dat we goed begrepen waar die vandaan kwamen. De uitdaging is nu om méér vanuit een contextmodel te werken. Dat vraagt tijd – tijd die we onszelf niet altijd gunnen. We worden geleefd door roosterdrukte, incidenten en krapte, en focussen vaak op de acute overlast van gedrag, in plaats van op de geschiedenis erachter. Maar juist dáár ligt de opening naar verandering.
Kijken naar het verhaal achter het gedrag
De gezinnen van onze cliënten dragen veel. Alleen al het krijgen van een kind met een verstandelijke beperking betekent rouw, aanpassing, zoeken naar balans. De invloed op broers en zussen is groot. Het vraagt een netwerk van hulpbronnen en erkenning – en het vraagt professionals die het gezin als geheel willen begrijpen. Daar zie ik, als orthopedagoog-generalist in opleiding, een belangrijke opdracht: niet alleen kijken naar het gedrag, maar naar het verhaal erachter. Naar het systeem waarvan iemand deel uitmaakt.
En ja, het kost tijd. Maar wie ruimte maakt om te luisteren, krijgt ook veel terug: duurzame oplossingen die gedragen worden door de context. Het is de investering waard – voor de cliënt, voor de familie én voor de zorgorganisatie. Wat traag lijkt, blijkt vaak de snelste weg.
En Marjan? Die woont inmiddels op een groep waar veel nabijheid vanzelfsprekend is. Daar bloeit ze op. Niet omdat haar problemen zijn verdwenen, maar omdat er mensen zijn die haar begrijpen, haar geschiedenis kennen en haar met geduld nabij blijven.
Tekst: Ilse van Driel, orthopedagoog-generalist in opleiding en systeemtherapeut in opleiding, werkzaam als orthopedagoog bij Philadelphia Zorg.