Postcode mag niet bepalen welke hulp een kind krijgt

In Nederland is de toegang tot jeugdzorg lang niet overal gelijk. Al jaren verschijnen er berichten over jongeren die niet de hulp krijgen die ze nodig hebben, simpelweg omdat ze in de ‘verkeerde’ gemeente wonen. Ook de Verenigde Naties spraken Nederland hier al op aan: het huidige systeem leidt tot ongelijkheid en schendt internationale afspraken. Volgens de VN zijn landelijke richtlijnen noodzakelijk.

 

In april 2025 heeft de Tweede Kamer daarom het wetsvoorstel “Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg” aangenomen. Gemeenten worden verplicht om regionaal samen te werken en gezamenlijk een minimum aan specialistische zorg in te kopen. Ook moeten ze hun werkwijzen beter op elkaar afstemmen, bijvoorbeeld met uniforme registratiesystemen.

 

Het is een belangrijke stap. Maar of het genoeg is, betwijfelen wij. De wet is weliswaar aangenomen, maar de praktijk leert dat wetgeving op papier niet altijd tot verbetering in de uitvoering leidt. Wij maken ons zorgen dat de postcode ook na deze wet nog steeds bepaalt welke hulp kinderen krijgen.

 

Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg. Daardoor hanteert elke gemeente eigen regels en keuzes. Het gevolg: grote verschillen in het aanbod en de kwaliteit van zorg. Wat voor het ene kind beschikbaar is, ontbreekt in een buurgemeente.

 

Grote verschillen in de praktijk

 

Wij zien deze verschillen ook in de praktijk. De ouders van de elfjarige Kim vertellen dat hun dochter goed profiteerde van beeldende therapie. Totdat het gezin verhuisde naar een dorp vijf kilometer verderop. In de nieuwe gemeente werd de therapie niet meer vergoed. De ouders moesten overstappen op een andere aanbieder — niet omdat dat beter was, maar omdat haar eerdere behandeling daar simpelweg niet tot het aanbod hoorde. Nu staat ze alweer een half jaar op een wachtlijst. Met als gevolg toenemende boze buien en een overbelast gezin. Ouders hebben spijt van hun verhuizing.

 

Het idee achter de decentralisatie was dat gemeenten beter zicht zouden hebben op lokale behoeften. Maar het is een misverstand om te denken dat zorgvragen gebonden zijn aan postcodes. Emotionele problemen, ontwikkelingsstoornissen en opvoedingsvragen komen overal voor — ongeacht de plek waar iemand woont.

 

Ook deskundigen herkennen deze ongelijkheid. Sociaal advocaat Renske Imkamp noemde in het Algemeen Dagblad (12-11-2024) het voorbeeld van hulphonden. Aanvragen daarvoor worden in grote steden vaker afgewezen dan in kleinere gemeenten. Zulke verschillen zijn moeilijk uit te leggen.

 

De uitgangspunten van de Jeugdwet waren nobel: passende hulp, dichtbij georganiseerd. Maar inmiddels is duidelijk dat de praktijk weerbarstig is. Wachtlijsten zijn langer geworden en de ongelijkheid tussen gemeenten is toegenomen. Terwijl in Nederland het principe geldt dat iedereen gelijke rechten heeft, zien we hier het tegenovergestelde gebeuren.

 

Ieder kind passende hulp

 

Daarom is meer nodig. De wet “Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg” is een eerste stap, maar geen eindpunt. De uitvoering moet niet alleen wettelijk regionaal afgestemd zijn, maar ook daadwerkelijk eenduidig worden vormgegeven. Alleen dan kan de overheid waarmaken wat zij beoogt: dat ieder kind in Nederland passende hulp krijgt — ongeacht zijn of haar postcode.

 

Tekst: Margo Alblas, Carola van der Made, Jojanneke Moerdijk en Nydia Samsom; allen werkzaam als orthopedagoog en in opleiding tot orthopedagoog-generalist

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen