
Waarom VG7+ het probleem verschuift in plaats van oplost
De zorg voor mensen met een verstandelijke beperking staat onder grote druk, schrijven onderzoeksjournalisten Hester de Boer en Catrien Spijkerman in De Groene Amsterdammer van 22 januari 2025. Zorgorganisaties hebben te weinig geld en personeel om cliënten met een verstandelijke beperking en complexe gedragsproblemen op een fatsoenlijke manier te ondersteunen. Het NOS Journaal nam het nieuws over en politici stelden Kamervragen aan de staatssecretaris. De oplossing? Er wordt een nieuw tarief ingevoerd voor cliënten met complexe problematiek, het zogenaamde zorgprofiel 7+.
Als orthopedagogen die dagelijks werkzaam zijn in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking, denken wij dat dit het probleem niet gaat oplossen. De algehele kostenstijging in de sector, 327 miljoen euro (2,5%), moet namelijk worden opgevangen binnen hetzelfde budget. Dat betekent dat er elders moet worden ingeleverd. Met andere woorden: er wordt gekort op de minder zware zorgprofielen, omdat er geen nieuwe middelen zijn vrijgemaakt.
Ondertussen neemt het probleem steeds grotere vormen aan. De Boer en Spijkerman beschrijven hoe de toegang tot intensieve zorg voor mensen met een verstandelijke beperking vastloopt en hoe instellingen met de rug tegen de muur staan. Teams raken overbelast, wachtlijsten groeien en gezinnen komen onder druk te staan omdat hun familielid met een verstandelijke beperking langer thuis moet blijven. Zorgorganisaties worden gedwongen lastige keuzes te maken tussen veiligheid, aandacht en het terugdringen van dwang. Preventieve zorg maakt plaats voor crisisinterventie en expertise verdwijnt door een gebrek aan tijd en middelen.
Dit vraagt om een structurele oplossing
Er is behoefte aan een structurele oplossing, en die vraagt om meer dan budgetverschuivingen of tijdelijke financiële injecties. Het vraagt om eerlijke tarieven die aansluiten bij de werkelijke kosten van zorg, om investeringen in deskundigheid op de werkvloer en om beleid dat gericht is op stabiliteit en continuïteit.
Neem een cliënt als Marvin, die al tien jaar op dezelfde woning woont, maar op papier iets minder complexe medebewoners heeft op zijn groep. Volgens de nieuwe regeling rond zorgprofiel 7+ komt hij daardoor niet in aanmerking voor het nieuwe tarief. Die regeling vereist namelijk dat cliënten met complexe problematiek worden geclusterd en bij elkaar wonen. Voor de zorgaanbieder wordt zijn plek daardoor financieel nauwelijks houdbaar.
Een ander voorbeeld is Sofie, die juist wél binnen het nieuwe zorgprofiel valt. Zij is ‘verplicht’ verhuisd naar een woning op een instellingsterrein, met andere bewoners met vergelijkbaar complex gedrag, terwijl zij juist floreerde in haar eerdere omgeving met vertrouwde begeleiders. De verhuizing was volgens de regels ‘noodzakelijk’ om de zorg voor haar te kunnen blijven bekostigen. Er zijn organisaties die deze keuze niet maken, maar dat heeft (financiële) gevolgen, omdat zij dan niet in aanmerking komen voor de VG7+ richtlijnen.
Een verhuizing heeft enorme impact
Voor mensen met een verstandelijke beperking is zo’n verhuizing ingrijpend: het betekent verlies van veiligheid, stabiliteit en herkenning. Met de komst van zorgprofiel 7+ wordt de zorgaanbieder echter min of meer gedwongen dit soort keuzes te maken, om de zorg voor deze groep mensen überhaupt te kunnen blijven financieren.
De staatssecretaris presenteert de invoering van het nieuwe zorgprofiel VG7+ als een stap vooruit. Het nieuwe profiel zou bovendien de administratieve lasten voor zorginstellingen moeten verminderen, omdat zij minder gebruik hoeven te maken van individuele regelingen zoals Meerzorg. De vraag is echter of dit in de praktijk ook zo zal uitpakken. Binnen VG7+ moet iedere wijziging in kenmerken namelijk worden vastgelegd en gemonitord. Dat roept de vraag op in hoeverre deze nieuwe administratieve verplichtingen daadwerkelijk minder belastend zijn dan de huidige meerzorgaanvragen. Of verschuift met deze aanpassing vooral het probleem, zonder dat de administratieve druk op de werkvloer echt afneemt?
Dit patroon is niet nieuw. Volgens de Amerikaanse hoogleraar Paul Pierson laten verzorgingsstaten onder druk vaak hetzelfde mechanisme zien. In zijn invloedrijke boek ‘The new politics of the welfare state’ beschrijft hij hoe beleid in tijden van schaarste defensief en incrementeel wordt. In plaats van structurele herbouw ontstaat een opeenstapeling van noodmaatregelen: pleisters plakken, met als gevolg een groei van overhead en bureaucratie. Of, zoals zorgethicus Joan Tronto het formuleert: wanneer de inrichting van een zorgstelsel vooral draait om beheersing, dreigt zorg te worden gereduceerd tot management. En precies daar gaat het nu opnieuw mis.
Mensen met verstandelijke beperking verdienen meer dan kortetermijnbeleid
Het zorgsysteem staat inderdaad onder druk. Personeelstekorten nemen toe, passende woonplekken worden schaarser en cliënten wachten langer op ondersteuning. Professionals ervaren steeds minder ruimte om kwalitatieve zorg te bieden, terwijl gezinnen zwaardere lasten dragen. Het invoeren van nieuwe tarieven is dan ook geen oplossing, maar vooral gaten dichten met gaten. Hoe wij omgaan met mensen met een verstandelijke beperking zegt veel over wie wij als samenleving willen zijn. Zij verdienen meer dan kortetermijnbeleid of een verschuiving van financiële middelen. Wat nodig is, is een stevig fundament waarop cliënten, hun families en professionals kunnen bouwen. Alleen dan kan de zorg menswaardig blijven, niet door te blijven schuiven met geld, maar door te kiezen voor duurzaamheid en vertrouwen.
Met de komst van een nieuw kabinet ligt er een kans om de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking structureel te versterken. Niet alleen voor de cliënten met de meest complexe zorgvragen, maar voor het hele stelsel dat draait op de inzet van duizenden professionals die dagelijks zorg bieden aan de meest kwetsbare groep in onze samenleving.
Tekst: Stefan van Dijk, Imke Zanders en Eileen Huussen-Bonefaas zijn als orthopedagoog werkzaam in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en volgen de opleiding tot orthopedagoog-generalist.