Behoud van leraren in het primair onderwijs: basisbehoeften en betrokkenheid

Fabienne Nieuwkamp won de NVO Thesisprijs 2025 met haar masterthesis “Behoud van leraren in het primair onderwijs: Basisbehoeften en vormen van betrokkenheid bij startende en ervaren leraren.” Onder begeleiding van Jasperina Brouwer (PhD) onderzocht ze hoe de vervulling van psychologische basisbehoeften samenhangt met de mate en vorm van betrokkenheid van leraren. De jury prees haar werk als zorgvuldig, conceptueel sterk en maatschappelijk relevant, gezien het aanhoudende lerarentekort en de toenemende druk binnen het onderwijs. Ook waardeerde de jury de reflectieve manier waarop Fabienne de beperkingen van haar methodologie bespreekt en het feit dat ze zowel startende als ervaren leraren betrok bij haar onderzoek.

 

Persoonlijke motivatie

 

“Mijn keuze voor dit onderwerp komt voort uit mijn eigen ervaring in het onderwijs. Voorafgaand aan de master Onderwijswetenschappen volgde ik de academische pabo en gaf ik met plezier bijles aan leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs,” geeft Fabienne enthousiast aan. “Toch viel me op dat een deel van de afgestudeerde academische leerkrachten uiteindelijk niet voor een baan als leerkracht kiezen, maar overstappen naar een andere functie binnen het onderwijs of een andere richting kiezen, zoals orthopedagogiek of onderwijskunde.”

 

“Ik vroeg mij af waarom deze leerkrachten uiteindelijk afhaken en wat er misgaat in het behoud van onderwijsprofessionals. Tegelijkertijd wilde ik weten waarom anderen juist met plezier in het vak blijven. Er wordt in het nieuws vaak negatief gesproken over het basisonderwijs – over werkdruk en lage salarissen – terwijl er nog steeds heel veel mensen met passie lesgeven.” Die positieve kant wilde ik graag onderzoeken: wat zorgt ervoor dat leraren blijven?”

 

Onderzoeksopzet

 

Fabienne begon met een uitgebreid literatuuronderzoek naar de stand van zaken in het primair onderwijs: de omvang van de tekorten, de uitstroomcijfers en de factoren die daar invloed op hebben. Ze baseerde haar theoretisch kader op de zelfdeterminatietheorie (ZDT) van Deci en Ryan, waarin drie psychologische basisbehoeften centraal staan: autonomie, competentie en relatievorming.

 

Daarnaast verdiepte ze zich in verschillende vormen van betrokkenheid bij het werk – affectieve, normatieve en continuerende betrokkenheid – en wilde ze onderzoeken hoe deze zich verhouden tot de vervulling van de basisbehoeften. Ze merkte dat er weinig onderzoek bestond naar dit verband binnen het onderwijs, en al helemaal niet naar verschillen tussen startende en ervaren leraren.

 

Ze interviewde tien leerkrachten: vijf met nul tot vijf jaar ervaring (de starters) en vijf met meer dan tien jaar ervaring (de ervaren leraren).

 

Eerste bevindingen

 

Tijdens haar onderzoek werd Fabienne geconfronteerd met schokkende cijfers over het lerarentekort en de hoge uitval onder startende leerkrachten. “Ik schrok echt van hoe groot die groep is die binnen vijf jaar alweer het onderwijs verlaat,” vertelt ze. Toch zag ze in haar interviews ook veel positieve verhalen: leerkrachten die met liefde en enthousiasme over hun vak spraken. Dat contrast wekte haar nieuwsgierigheid: wat maakt dat sommigen afhaken, terwijl anderen juist floreren?

 

Belangrijkste resultaten

 

De kern van Fabienne’s bevindingen is dat de mate waarin aan de drie basisbehoeften – autonomie, competentie en relatievorming – wordt voldaan, sterk samenhangt met de verschillende vormen van betrokkenheid die leraren ervaren.

 

Hoewel de accenten verschillen, draagt bij beide groepen de vervulling van alle drie de basisbehoeften voornamelijk bij aan affectieve betrokkenheid – de meest wenselijke vorm, waarbij leraren met passie en toewijding lesgeven.

 

Naast affectieve betrokkenheid onderscheidde Fabienne ook normatieve betrokkenheid (motivatie vanuit plichtsgevoel of maatschappelijke verantwoordelijkheid) en continuerende betrokkenheid (blijven omdat weggaan te veel kost). Normatieve betrokkenheid overlapt vaak met affectieve betrokkenheid, maar bij continuerende betrokkenheid is de emotionele binding aan het vak zwakker. Deze vorm kwam vooral voor bij ervaren leraren die om praktische redenen in het vak blijven, bijvoorbeeld vanwege een vast contract of financiële zekerheid.

 

Startende leraren blijken vaak het gevoel te hebben “in het diepe gegooid” te worden. Ze ervaren de overgang van opleiding naar werkveld als groot en voelen zich soms overweldigd door de verantwoordelijkheden van een eigen klas. Hun grootste behoefte ligt bij relatievorming: ze willen zich gesteund en verbonden voelen met collega’s en leidinggevenden. Het kunnen sparren, feedback ontvangen en laagdrempelig contact hebben binnen het team geeft hen vertrouwen en versterkt hun gevoel van competentie.

 

Ervaren leraren hechten juist meer waarde aan autonomie. Door hun jarenlange ervaring hebben ze meer zelfvertrouwen in hun didactische vaardigheden en zoeken ze ruimte om hun onderwijs op hun eigen manier vorm te geven. Ze willen zelf beslissingen kunnen nemen over lesprogramma’s, werkvormen en de inrichting van hun lessen.

 

Reflectie en maatschappelijke betekenis

 

Fabienne’s onderzoek toont aan dat duurzame betrokkenheid van leraren niet vanzelf ontstaat, maar afhankelijk is van de mate waarin scholen inspelen op hun psychologische basisbehoeften. Dat vraagt om een gerichte aanpak die rekening houdt met de verschillen tussen startende en ervaren leerkrachten.

 

Voor startende leraren is vooral een goede begeleiding cruciaal. “Ik pleit voor mentoring en coaching, zodat beginnende leraren zich gesteund voelen en niet het gevoel hebben er alleen voor te staan. Ik merk op dat scholen hier de laatste jaren al beter op inspelen, maar dat er nog ruimte is voor verbetering.”

 

“Voor ervaren leraren is het belangrijk dat zij voldoende autonomie en ontwikkelingsruimte krijgen. Wanneer zij de vrijheid hebben om hun onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven, blijven ze gemotiveerd en betrokken.”

 

Daarnaast benadrukt Fabienne het belang van sociale cohesie binnen teams. “Een prettige, ondersteunende werksfeer waarin collega’s elkaar helpen en waarderen, draagt sterk bij aan de relatiebehoefte en daarmee aan het werkplezier. Het is niet alleen belangrijk om goede leerkrachten in huis te hebben, maar ook om te zorgen dat het team als geheel verbonden is,” zegt ze.

 

Aanbevelingen

 

In haar afsluitende aanbevelingen richt Fabienne zich op schoolleiders en beleidsmakers. Zij zouden volgens haar moeten investeren in een werkomgeving die voldoet aan de drie basisbehoeften van leraren. Dat betekent ruimte geven voor autonomie, vooral aan ervaren leraren. Ten tweede coaching en begeleiding bieden aan startende leraren. Ten derde Investeren in teamverband en collegiale steun om de relatiebehoefte te versterken. En het scholingsaanbod differentiëren, zodat het aansluit bij de specifieke behoeften van startende en ervaren leraren.

 

Zo kan het onderwijs bijdragen aan meer affectieve betrokkenheid – leraren die vanuit passie en plezier werken – en daarmee het behoud van waardevolle professionals bevorderen.

 

Het onderzoek van Fabienne Nieuwkamp biedt een genuanceerd en hoopvol perspectief op het lerarentekort. In plaats van te focussen op problemen, laat ze zien welke factoren ertoe bijdragen dat leraren blijven: verbinding, vertrouwen en vrijheid. Haar werk vormt een waardevolle bijdrage aan het gesprek over duurzame loopbanen in het onderwijs en laat zien dat het behoud van leraren begint bij het vervullen van hun basisbehoeften.

About the Author /

m.buisman@nvo.nl

Alle artikelen