Aansluiten bij kinderen en jongeren met autisme

In deze vierde aflevering van de NVO Storytellers Podcast gaat gespreksleider en orthopedagoog-generalist Gerhard van Cappellen in gesprek met orthopedagoog Rijan Braal-Schimmel en hoogleraar orthopedagogiek Maretha de Jonge over een kwetsbare maar belangrijke groep: kinderen en jongeren met autisme. Aan de hand van praktijkvoorbeelden en wetenschappelijke inzichten bespreken zij wat deze kinderen nodig hebben om tot leren te komen, welke rol ouders en school hierin spelen, en hoe samenwerking het verschil kan maken.

 

Rijan Braal-Schimmel werkt in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) met jongeren die vaak al een lange onderwijsroute achter de rug hebben. In de podcast vertelt ze over een leerling die zich volledig terugtrok, met een capuchon over zijn hoofd in een hoekje van de klas zat, en nauwelijks nog contact maakte. Deze jongen was overvraagd geweest op eerdere scholen, vooral door sociale druk en onvoorspelbare situaties. Door structuur, voorspelbaarheid en een veilige leeromgeving te bieden, kon hij zich stap voor stap weer openen.

 

Maretha de Jonge, hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden, herkent dit beeld uit de klinische praktijk. Ze wijst erop dat overvraging vaak leidt tot angst – en dat bij jongeren met autisme angststoornissen veel vaker voorkomen dan bij leeftijdsgenoten. “Je ziet jongeren letterlijk dichtklappen,” zegt Maretha. Volgens haar is dat gedrag óók communicatie: “Ik kan dit niet aan.” De eerste stap is dan veiligheid bieden, afgestemd op wat een kind nodig heeft.

 

Het belang van afstemmen en klein beginnen

 

Zowel Rijan als Maretha benadrukken het belang van afstemming: aansluiten bij wat het kind aankan, en vandaaruit kleine stappen zetten. In het VSO betekent dit soms beginnen met een paar uur per dag, of met een wandeling door de aula in plaats van direct met rekenen en taal. Pauzes worden bewust vermeden, omdat ze vaak sociaal te ingewikkeld zijn. “Je begint met momenten waarvan je zeker weet: dit gaat lukken.”

 

Maretha legt uit dat autisme een zeer divers beeld kent, met grote verschillen in functioneren en behoeften. Het gaat erom dat je kijkt: wat heeft dit specifieke kind, in deze context, nodig om tot ontwikkeling te komen? Richtlijnen en classificaties helpen daarbij, maar het draait uiteindelijk om maatwerk.

 

De rol van ouders en de kracht van samenwerking

 

Een belangrijk thema in de podcast is de samenwerking tussen ouders en school. Ouders zijn vaak de enigen die het kind al jarenlang kennen, terwijl leraren en hulpverleners vaker wisselen. Die samenwerking verloopt niet altijd vanzelf. Ieder kijkt vanuit zijn eigen perspectief: ouders willen rust en veiligheid voor hun kind, school ziet soms ruimte voor een volgende stap. Juist dan is goed overleg en onderling vertrouwen cruciaal.

 

In de podcast komt een internationale studie aan bod waarin ouders en school wordt gevraagd om gedrag van kinderen te beoordelen aan het begin en het einde van het schooljaar. In het begin verschillen de observaties vaak, maar na verloop van tijd groeien die naar elkaar toe. Dat onderstreept het belang van duurzame samenwerking en het delen van perspectieven, met het kind als gedeeld vertrekpunt.

 

Van classificatie naar afstemming

 

In de podcast komt ook de vraag aan bod of het wel altijd nodig is om kinderen een label te geven. Sommige jongeren ervaren een classificatie als helpend, anderen als belastend. Volgens Maretha hoeft niet alles een naam te hebben, zolang je maar goed kijkt naar wat een kind nodig heeft.

 

Een pleidooi voor maatwerk

 

De aflevering eindigt met een pleidooi voor maatwerk. Sociale communicatie is, zoals Maretha zegt, een ontwikkelingstaak – niet alleen voor kinderen, maar ook voor ouders, leraren en hulpverleners. En als er dan een moment komt waarop het kind zijn capuchon afzet, zijn ogen zichtbaar worden, en er weer ruimte ontstaat voor groei: dan weet je waarvoor je het doet.

 

Tekst: Matthijs Heijstek

 

Podcast is nu te beluisteren:

 

Luister hier naar de podcast: Aansluiten bij kinderen en jongeren met autisme

 

In deze podcast wordt person first taalgebruik gehanteerd (iemand met autisme). Uit onderzoek1 blijkt dat het merendeel van de ouders en een groot deel van de volwassenen met autisme een voorkeur hadden voor person-first taalgebruik in plaats van identity first taalgebruik (autistisch persoon). We realiseren ons dat dit niet voor iedereen geldt en verontschuldigen ons aan de mensen die identity first taalgebruik prefereren. Verder gebruiken we de term autisme in plaats van autisme spectrum stoornis omdat het korter is, maar we bedoelen hiermee het gehele spectrum.

 

1Buijsman, R., Begeer, S., & Scheeren, A. M. (2023). ‘Autistic person’ or ‘person with autism’? Person-first language preference in Dutch adults with autism and parents. Autism : the international journal of research and practice27(3), 788–795.

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen