
Taal doe je samen: het belang van vroegtijdige taalstimulatie en herkenning van taalontwikkelingsproblemen
In deze vijfde aflevering van de NVO Storytellers Podcast spreekt Gerhard van Cappellen met orthopedagoog-generalist Daniëlle Goedhart en hoogleraar Elma Blom over taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen (TOS) Ze bespreken hoe belangrijk het is om taalproblemen vroeg te herkennen, hoe groot de impact op gezinnen kan zijn, en welke rol professionals én ouders kunnen spelen in het stimuleren van taal – ook als een diagnose nog op zich laat wachten.
TOS kent veel gezichten. Kinderen met deze ontwikkelingsstoornis kunnen moeite hebben met het vinden van woorden, het maken van zinnen, of het begrijpen van taal. Soms is het probleem zichtbaar in de grammatica, soms in de interactie. Elma Blom spreekt over de “kleurtjes van TOS” – een beeld dat benadrukt hoe divers het profiel van deze kinderen is. “Niet elk kind heeft dezelfde problemen, en de ernst varieert,” zegt ze.
Daniëlle Goedhart, die in de praktijk werkt met kinderen met TOS, herkent deze diversiteit. Sommige kinderen blijven proberen te communiceren met gebaren of gedrag, terwijl anderen zich juist terugtrekken. “Dan is het belangrijk om de communicatie weer op gang te brengen,” vertelt ze.
Wachten is geen optie
Daniëlle en Elma pleiten beiden voor vroegtijdige opvoedkundige interventies, ook als TOS nog niet is vastgesteld. “We zien in de praktijk dat er vaak een soort wachtstand ontstaat,” zegt Daniëlle. “Maar juist kinderen die taal moeilijk vinden, hebben nú al baat bij stimulatie.” Voorlezen, aansluiten bij de belevingswereld, spelen, fietsen, zingen – alles kan bijdragen aan taalontwikkeling, zolang het maar in interactie gebeurt.
Elma benadrukt dat het niet alleen gaat om veel praten, maar vooral om goed praten. “Tune in op het kind, wees responsief, en gebruik korte, begrijpelijke zinnen. Taal is iets dat je samen doet.” Ze verwijst naar het programma Taal doe je samen van Auris, bedoeld voor ouders op de wachtlijst – een treffende titel én oproep.
Een voorbeeld uit de praktijk
Daniëlle vertelt in de podcast over een jongetje van drie en een half jaar dat nog niet sprak. Zijn ouders maakten zich zorgen en wilden weten wat ze konden doen, ondanks de wachtlijst voor diagnostiek. “We zijn aan de slag gegaan met ondersteunende communicatie, zoals gebaren. Dat gaf zoveel rust – het kind kon zich eindelijk uiten en de ouders konden hem ‘lezen’. Dat was echt een keerpunt.”
Uiteindelijk is het jongetje gaan praten, mede dankzij een intensieve behandelgroep met veel taalstimulatie. “Een soort taalbad,” noemt Daniëlle het. “Ik heb er veel vertrouwen in dat hij zich goed zal ontwikkelen.”
Meertaligheid vraagt extra aandacht
Een belangrijk thema dat aan bod komt, is het onderscheid tussen TOS en een trage tweedetaalverwerving. Elma legt uit dat het cruciaal is om ook naar de eerste taal van het kind te kijken. “Heeft het kind in de moedertaal geen problemen, dan is het meestal een kwestie van tijd. Maar als er ook daar achterstanden zijn, dan kan er meer aan de hand zijn.”
Behandeling bij meertalige kinderen vraagt extra aandacht, vooral omdat professionals de thuistaal vaak niet spreken. Toch is het belangrijk om ouders handvatten te geven om ook thuis taalstimulatie te bieden – in hun eigen taal.
Kijk naar het kind, niet naar het hokje
De podcast eindigt met een krachtige boodschap: zie het kind in zijn geheel. “We trekken ergens een streep en noemen alles aan de ene kant TOS,” zegt Elma, “maar het is een spectrum.” Daniëlle voegt daaraan toe dat classificaties soms eerder belemmerend dan helpend zijn: “Ieder kind is anders, en verdient maatwerk.”
Beiden roepen op tot vroegtijdig handelen, samenwerking tussen ouders, leerkrachten en behandelaren, en het bouwen van een rijke taalomgeving. “Taal doe je samen,” herhaalt Elma aan het eind. “En dat geldt voor iedereen die om het kind heen staat.”
Tekst: Matthijs Heijstek
Deze podcast nu te beluisteren:
Luister hier naar de podcast: Taal doe je samen: het belang van vroegtijdige taalstimulatie en herkenning van taalontwikkelingsproblemen