Hoogbegaafde kinderen floreren wanneer onderwijs aansluit bij hun behoeften

In de derde aflevering van de NVO Storytellers Podcast praten Gerhard van Cappellen, orthopedagoog-generalist, en zijn gasten over hoogbegaafdheid. Lijnie Reijers, orthopedagoog-generalist met een eigen praktijk en mede-oprichter van een aantal ontwikkelplekken voor hoogbegaafde schooluitvallers, deelt haar ervaring in het begeleiden van hoogbegaafde kinderen. Anouke Bakx, lector aan Fontys Hogeschool, bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit en Tilburg University en bestuurslid van het National Talent Centre of the Netherlands (NTCN), deelt haar wetenschappelijke inzichten. Samen verkennen zij de uitdagingen en kansen die gepaard gaan met het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.

 

Lijnie Reijers legt uit dat hoogbegaafde kinderen vaak anders denken: creatief, snel en associatief. “Ze kunnen muzikaal of kunstzinnig talent hebben, dus op meerdere vlakken talentvol zijn,” zegt ze. Toch is het niet altijd vanzelfsprekend dat hoogbegaafde kinderen zich goed ontwikkelen. “Hoogbegaafdheid op zich is geen probleem, maar het kan in interactie met de omgeving wel problemen veroorzaken,” benadrukt Lijnie. De mismatch tussen de behoeften van deze kinderen en wat de omgeving biedt, kan leiden tot frustratie en gedragsproblemen, zoals in het geval van een meisje dat na maanden thuis zitten werd aangemeld bij Lijnie’s praktijk.

 

Motivatie en creativiteit: essentiële sleutels

 

Anouke Bakx voegt hieraan toe dat het wetenschappelijke begrip van hoogbegaafdheid zich niet enkel richt op cognitieve begaafdheid. “Begaafdheid gaat niet alleen om cognitieve begaafdheid; het kan ook muzikaal of sportief zijn, maar in ons eigen wetenschappelijk onderzoek richten we ons vooral op de cognitieve begaafdheid,” zegt ze. In haar werk benadrukt ze het belang van drie kernaspecten die hoogbegaafde kinderen kenmerken: hoge intelligentie, creatief denken en hoge motivatie. “Met een kleine kanttekening: die motivatie zie je niet altijd terug in de klas. Die motivatie is vaak gericht op wat kinderen zelf interessant vinden. Als dat op school niet wordt aangeboden, kan de motivatie snel verdwijnen,” legt Anouke uit.

 

Lijnie Reijers herkent deze uitdaging ook in de praktijk. Ze vertelt hoe kinderen hun eigen strategieën ontwikkelen om tot een antwoord op een vraag te komen, maar vaak niet in staat zijn om deze uit te leggen of te delen. “Ze schrijven de strategie bijvoorbeeld niet uit en kunnen dan vervolgens ook niet uitleggen hoe ze tot het antwoord zijn gekomen,” zegt Lijnie. Dit kan leiden tot verwarring, vooral wanneer school niet adequaat inspeelt op deze unieke manieren van denken.

 

Een breder perspectief: pedagogische sensitiviteit

 

Een ander belangrijk thema in het gesprek is de pedagogische sensitiviteit van de leerkracht. “Kun jij een relatie opbouwen met het kind? En daarin mag jij als leerkracht ook fouten maken,” stelt Lijnie. Dit is essentieel voor het creëren van een veilige en ondersteunende leeromgeving. “Wat doe je als je als leerkracht merkt dat een kind niet lekker in zijn of haar vel zit? Kun je dat aanvoelen en er adequaat op reageren?” vraagt Anouke. Beide experts zijn het erover eens dat het belangrijk is om zowel de ontwikkeling van het kind als de omgeving goed op elkaar af te stemmen.

 

Anouke Bakx benadrukt dat de pedagogische sensitiviteit leerbaar is. “Als je daar bewust op traint, ermee bezig bent, oefent, terugkoppelt en hier ook leerlingen actief in betrekt. Vraag het aan de leerlingen zelf,” zegt ze. Haar boodschap is helder: leerkrachten moeten zich bewust zijn van de behoeften van hun leerlingen en deze actief proberen te begrijpen en ondersteunen.

 

Wat kan beter? De toekomst van passend onderwijs

 

Tijdens het gesprek komen ook de uitdagingen van het huidige onderwijssysteem aan bod. Het onderwijs moet beter aansluiten bij de behoeften van hoogbegaafde kinderen. Lijnie Reijers stelt dat er geen one-size-fits-all oplossing is. “Voor het ene kind kan dat een plusklas zijn, voor het andere kind een Leonardo-school,” zegt ze. “Voor weer een ander kind kan het zijn: ‘Neem me mee naar musea, zorg voor leuke activiteiten.'”

 

Anouke Bakx vult aan: “In mijn ideale situatie zouden we voor niemand meer een label nodig hebben, omdat we heel goed weten wat we moeten doen en iedereen kunnen zien en aansluiten.” Het belang van passende begeleiding en eventueel van (uitval)preventie wordt in dit gesprek duidelijk: als het onderwijs beter kan inspelen op de behoeften van hoogbegaafde kinderen, kunnen deze kinderen veel beter floreren.

 

Conclusie: passend onderwijs voor iedereen

 

In deze aflevering van de NVO Storytellers Podcast wordt duidelijk hoe belangrijk het is om hoogbegaafde kinderen niet alleen cognitief uit te dagen, maar ook sociaal-emotioneel te ondersteunen. Lijnie en Anouke pleiten voor een systeem waarbij pedagogische sensitiviteit en de afstemming van onderwijs en zorg centraal staan. “Zie het kind en sluit aan bij wat het kind nodig heeft,” zegt Anouke. Een boodschap die niet alleen geldt voor hoogbegaafde kinderen, maar voor alle leerlingen.

 

Tekst: Matthijs Heijstek

 

Podcast is nu te beluisteren:

 

Luister hier naar de podcast: Hoogbegaafde kinderen floreren wanneer onderwijs aansluit bij hun behoeften.

 

Boek en spel

In de podcast is pedagogische sensitiviteit een rode draad en ligt het professionaliseringsspel enIQma op tafel. Vorig jaar kwam het boek Pedagogisch sensitief handelen van Anouke Bakx uit. Van al wat langer geleden maar nog steeds actueel is het professionaliseringsspel (hoog)begaafdheid voor het primair onderwijs. Hierin komen de kenmerken van hoogbegaafdheid en het signaleren ruim aan bod. Met enIQma kun je oefenen met casussen en een handelingsplan opstellen. enIQma is dan ook meer dan een spel, het biedt ook een methodiek die ingezet kan worden voor leerlingen.

 

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen