
Mentale gezondheid bij jongeren: serieus nemen zonder alles te behandelen
In de zestiende aflevering van de podcast NVO Storytellers spreekt Gerhard van Cappellen met orthopedagoog-generalist Paulien Foekens en bijzonder hoogleraar Levi van Dam over mentale gezondheid van jongeren. Het gesprek gaat over de vraag: wat doe je als jongeren zichzelf steeds beter herkennen in woorden als angst, ADHD, autisme of depressie?
Herkenning kan helpend zijn. Er is meer taal gekomen voor mentale klachten. Jongeren kunnen beter onder woorden brengen dat ze spanning ervaren, vastlopen of zichzelf kwijtraken in prestatiedruk. Maar die taal roept ook nieuwe vragen op. Wanneer helpt het om verder te onderzoeken wat er aan de hand is? En wanneer is een jongere vooral op zoek naar ruimte om te praten, zichzelf beter te begrijpen en steun te vinden?
“Waarom lukt het mij niet en anderen wel?”
Paulien Foekens vertelt over een jongvolwassene van 21 jaar. Op papier gaat er veel goed. Ze studeert in een grote stad, heeft een leven dat van buitenaf redelijk op orde lijkt. Toch nemen de klachten toe. Ze piekert veel, voelt spanning, is onzeker en heeft het gevoel dat ze zichzelf steeds moet bewijzen. Ze vraagt zich af: waarom lukt het mij niet en anderen wel?
Ook lichamelijk merkt ze de spanning. Daarnaast zijn er problemen met concentratie, uitstelgedrag en chaos rond haar studie. Via de huisarts komt ze terecht bij diagnostiek en behandeling gericht op angst en aandacht.
Volgens Paulien is het dan belangrijk om niet alleen naar klachten te kijken. De vraag is breder: wat is iemands verhaal? Hoe ziet haar leven eruit? Wie zijn belangrijk voor haar? Wat gaat er nog wél goed? En welke vorm van hulp past bij deze jongere, op dit moment?
Diagnostiek als hulpmiddel, niet als eindpunt
In het gesprek komt duidelijk naar voren dat diagnostiek helpend kan zijn, maar ook risico’s heeft. Een classificatie kan toegang geven tot zorg en woorden geven aan wat iemand ervaart. Tegelijk kan het ook te snel voelen alsof er een definitief antwoord is: je hebt het, of je hebt het niet.
Levi van Dam wijst erop dat onder één label heel verschillende verhalen kunnen schuilgaan. Twee jongeren kunnen allebei angstig of somber zijn, maar bij de één staat slaap op de voorgrond, bij de ander onzekerheid, prestatiedruk of een gebrek aan steun. Dat vraagt om zorgvuldig kijken. Niet alleen: welke classificatie past hierbij? Maar vooral: waar beginnen we, wat helpt deze jongere, en wat is er in zijn of haar omgeving nodig?
Paulien benadrukt dat diagnostiek ook klein kan zijn. Het hoeft niet altijd een grote testbatterij te zijn. Soms is de vraag vooral: weten we genoeg om samen een goed behandelplan te maken?
Van klachten naar amplitie
Levi van Dam brengt in het gesprek het woord amplitie in: het versterken van wat goed gaat. Waar preventie vaak gaat over het voorkomen van problemen, gaat amplitie over de vraag wat er al aanwezig is en hoe je dat kunt vergroten.
Dat perspectief schuurt soms met de manier waarop we over mentale gezondheid praten. Jongeren komen vaak binnen met klachten: piekeren, spanning, somberheid, concentratieproblemen. Maar achter die klachten zit ook een verlangen. Zoals in de casus van Paulien: “Ik wil gewoon vrij leven en van mijn studententijd genieten.” Die wens om vrijer te leven, beter om te gaan met spanning en meer grip te ervaren, hoeft niet altijd alleen in een behandelkamer te worden opgepakt.
De kracht en de grens van de groep
Daarmee komt het gesprek op groepsinterventies. Paulien ziet in haar werk hoe helpend groepen kunnen zijn. Jongeren merken dat ze niet de enige zijn. Ze leren van wat anderen vertellen. Soms komt een inzicht juist binnen doordat het niet rechtstreeks tegen jou gezegd wordt, maar doordat je luistert naar iemand anders.
Levi vertelt over de Mentale Wasstraat, een grootschalige ervaring waarin jongeren werken aan mentale veerkracht, onder meer met ademhaling, ongemak en ontmoeting. Hij noemt het eerder collectieve preventie dan behandeling: een soort mentale sportschool.
Paulien ziet de waarde daarvan, maar plaatst ook een belangrijke kanttekening. Juist bij groepsinterventies moet je goed blijven kijken voor wie het passend is. Als er meer aan de hand is, bijvoorbeeld trauma of ernstige klachten, kan een grote groep ook te veel zijn. Niet alles wat helpt voor de ene jongere, helpt automatisch voor de ander.
Het gesprek is nog niet klaar
Deze aflevering laat vooral zien dat mentale gezondheid van jongeren vraagt om nuance. Niet elke klacht hoeft meteen een diagnose te worden. Niet elke jongere heeft individuele behandeling nodig. Maar jongeren die vastlopen moeten wel serieus genomen worden.
Deze orthopedagogische blik helpt om die balans te zoeken: kijken naar klachten en krachten, naar de jongere én de omgeving, naar behandeling én naar gewone plekken waar steun, herkenning en veerkracht kunnen ontstaan.
Deze aflevering van de NVO Storytellers podcast krijgt een vervolgaflevering met de tweede helft van dit boeiende gesprek met Paulien en Levi.
Tekst Matthijs Heijstek