De orthopedagoog-generalist heeft geen erkenningsprobleem, maar een positioneringsuitdaging

Sinds 2020 heeft de Orthopedagoog-Generalist een zelfstandige plek in het BIG-register. Sindsdien groeit de zichtbaarheid van de beroepsgroep binnen verschillende sectoren, waaronder de jeugdzorg en gehandicaptenzorg. Tegelijkertijd riep deze ontwikkeling bij mij een belangrijke vraag op: wat levert de Orthopedagoog-Generalist cliënten, professionals en organisaties eigenlijk op?

 

Die vraag hield mij bezig toen ik aan de opleiding tot Orthopedagoog-Generalist begon. Ik wilde deze opleiding al langere tijd volgen vanwege de professionele verdieping die zij biedt. Tegelijkertijd zag ik dat de opleiding een aanzienlijke investering vraagt van werkgevers, in tijd, vertrouwen en financiële middelen. Wat maakt een Orthopedagoog-Generalist van toegevoegde waarde? Hoe onderscheidt deze expertise zich van die van een GZ-psycholoog? En hoe wordt zij benut in een tijd waarin de druk op zorg en ondersteuning blijft toenemen?

 

Mijn zoektocht

 

Vanuit deze vragen begon ik binnen ’s Heeren Loo een zoektocht naar de meerwaarde van de Orthopedagoog-Generalist binnen de gehandicaptenzorg. Aanvankelijk was ik vooral geïnteresseerd in de verschillen tussen de Orthopedagoog-Generalist en de GZ-psycholoog in de dagelijkse praktijk. Om daar meer zicht op te krijgen, ging ik in gesprek met directeuren, managers, praktijkopleiders, gedragswetenschappers, collega’s binnen en buiten mijn organisatie en beleidsadviseurs van de NVO.

 

In die gesprekken stond niet zozeer de functietitel centraal, maar de vraagstukken waarvoor de Orthopedagoog-Generalist wordt ingezet. Het ging onder meer over complexe cliëntsituaties, mediërende behandeling, systeemgerichte ondersteuning, samenwerking, deskundigheidsbevordering en innovatie.

Juist die gesprekken brachten een verschuiving in mijn zoektocht teweeg. Gesprekspartners spraken minder over functietitels en meer over de vraagstukken waarin de expertise van de Orthopedagoog Generalist van waarde kan zijn. Daardoor verschoof mijn vraag van ‘waarin onderscheidt de Orthopedagoog-Generalist zich?’ naar ‘hoe kan deze expertise optimaal worden benut?’

 

Wat mij verraste

 

Tot mijn verrassing bleek vrijwel niemand in mijn gesprekken te twijfelen aan de meerwaarde van de Orthopedagoog-Generalist. Steeds kwamen dezelfde kwaliteiten terug: systemisch, contextgericht en ontwikkelingsgericht kijken, verschillende leefwerelden verbinden en oog hebben voor de wisselwerking tussen cliënt en omgeving. Ook mediërend behandelen en het ondersteunen van professionals rondom cliënten werden regelmatig genoemd.

 

Juist dat verraste mij. Ik verwachtte vooral op zoek te moeten naar de meerwaarde van de Orthopedagoog-Generalist, maar die bleek in mijn gesprekken nauwelijks ter discussie te staan. Dat riep een andere vraag op: als die meerwaarde in de praktijk wordt gezien, waarom blijkt het dan nog zo lastig om deze expertise bewust te positioneren en optimaal te benutten?

 

Het echte probleem

 

Voor mij ligt daar de kern. De uitdaging zit niet zozeer in het herkennen van de meerwaarde, maar in de manier waarop deze expertise wordt gepositioneerd en ingezet.

 

In de praktijk zie ik dat Orthopedagogen-Generalist, GZ-psychologen en andere gedragswetenschappers regelmatig vergelijkbare taken, verantwoordelijkheden en caseloads hebben. Dat hoeft geen probleem te zijn. Verschillende disciplines kunnen elkaar juist versterken. Wel roept het de vraag op of organisaties voldoende bewust nadenken over welke expertise zij wanneer inzetten.

 

Juist daarin zit voor mij het positioneringsvraagstuk. Met positionering bedoel ik niet dat iedere beroepsgroep een strikt afgebakend takenpakket moet krijgen. Het gaat erom dat organisaties bewust nadenken over wat een vraagstuk nodig heeft en welke professionele expertise daarbij van toegevoegde waarde kan zijn.

 

Veel gesprekspartners noemden daarbij de kracht van de Orthopedagoog-Generalist in het verbinden van verschillende perspectieven en systemen. Die expertise kan juist van waarde zijn bij complexe vraagstukken waarin niet alleen naar de individuele cliënt wordt gekeken, maar ook naar diens ontwikkeling, omgeving en betrokken systemen. Ook bij behandelontwikkeling, innovatie en beleidsvorming kan dit perspectief van betekenis zijn.

 

Daarom kwam ik tot een andere conclusie dan waarmee ik mijn zoektocht begon: de Orthopedagoog-Generalist heeft volgens mij geen erkenningsprobleem, maar een positioneringsvraagstuk.

 

Van cliënt naar context

 

Een casus uit mijn eigen praktijk maakte dit concreet. Een meisje met een verstandelijke beperking en het syndroom van Down werd vanwege gedragsmatige problematiek aangemeld met de vraag of individuele behandeling passend was. Gaandeweg werd duidelijk dat de belangrijkste uitdaging niet alleen bij het meisje lag, maar in de afstemming tussen ouders, begeleiders van de woonvoorziening en de dagbestedingslocaties.

 

Door met alle betrokkenen in gesprek te gaan, ontstond een breder beeld. Zij bleek emotioneel lager te functioneren dan haar omgeving veronderstelde en werd daardoor structureel overvraagd. De vraag verschoof van ‘wat kunnen we doen om deze cliënt te veranderen?’ naar ‘hoe kunnen we de omgeving beter laten aansluiten bij wat deze cliënt aankan?’ Dat leidde tot betere afstemming en een interventie die ook op langere termijn passend bleek.

 

Waarom dit ertoe doet

 

Uiteindelijk gaat deze discussie niet over functies, registraties of beroepsprofielen. Het gaat over onze cliënten. Een bredere blik op de cliënt, diens ontwikkeling en omgeving kan leiden tot betere afstemming en interventies die duurzamer aansluiten.

 

Maar de relevantie reikt verder dan het individuele cliëntniveau. De druk op zorg en ondersteuning neemt toe, terwijl behoefte is aan preventie, passende zorg en samenwerking. Door niet alleen te reageren op problemen, maar ook te kijken naar factoren in de omgeving die deze veroorzaken of in stand houden, ontstaat ruimte voor vroegsignalering en preventie. Daarmee kunnen we minder reactief werken en schaarse expertise doelgerichter inzetten.

 

Van investeren naar benutten

 

Dat vraagt om actie op meerdere niveaus. Van de overheid vraagt dit om een structurele en gelijkwaardige investering in de opleiding en ontwikkeling van Orthopedagogen-Generalist. Wanneer we deze expertise van waarde vinden, moeten ook de voorwaarden worden gecreëerd om haar duurzaam te ontwikkelen en in te zetten.

 

Van organisaties vraagt het om verder te kijken dan het opleiden van individuele professionals. Investeren in een opleiding vraagt ook om een visie op de inzet van die expertise: bij welke vraagstukken kan het orthopedagogische perspectief het verschil maken?

 

Ook wij als Orthopedagogen-Generalist hebben hierin een verantwoordelijkheid. We moeten zichtbaar maken wat ons perspectief toevoegt en actief bijdragen aan onze positionering. Dat vraagt om lef: onze positie innemen en aan tafel zitten waar keuzes over zorg, behandeling en beleid worden gemaakt.

 

De vraag die overblijft

 

Mijn zoektocht begon met de vraag wat de Orthopedagoog-Generalist onderscheidt van de GZ-psycholoog. Onderweg ontdekte ik dat dit niet de belangrijkste vraag is. In mijn gesprekken bleek de meerwaarde van de Orthopedagoog-Generalist nauwelijks ter discussie te staan. De uitdaging ligt in de manier waarop deze expertise wordt ingezet en zichtbaar wordt gemaakt.

 

De vraag is daarom niet langer óf de Orthopedagoog-Generalist van meerwaarde is, maar hoe we ervoor zorgen dat die meerwaarde op de juiste plek terechtkomt.

 

Tekst: Nanxia Bijlsma is Orthopedagoog-Generalist i.o. en werkzaam bij ’ s Heeren Loo.

About the Author /

j.smeets@nvo.nl

Alle artikelen